Posts tonen met het label Gonzo (circus). Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gonzo (circus). Alle posts tonen

maandag 6 april 2020

Interview met Deafkids en Rakta

Zowel Deafkids als Rakta hebben São Paulo als huidige uitvalsbasis van waaruit zij hun muziek de wereld in brengen. Hun geluid zit vol opzwepende, stuwende en overrompelende percussie, omgeven door textuurlagen van gitaar, noise en bij vlagen spookachtige vocalen. 



We spreken Carla Borlegas, die samen met Paula Rebellato het hart van Rakta vormt, via de telefoon als het negen uur ’s ochtends is in haar thuisstad. Voor haar is dat op deze zaterdag niet per se vroeg. ‘Ik ben eigenlijk altijd wel aan het werk!’ In een klein uur praat ze ons bij over de relatie met Deafkids, de verschuivende stijl in hun eigen muziek, vrouw zijn in Brazilië en de te nauwe muzikale blik van het globale Noorden.

Hashtags

‘De eerste show die we ooit hebben gedaan was samen met Deafkids, zo’n acht jaar geleden. We hebben onlangs samen met hen op Roadburn gestaan en vorige week hebben we voor het eerst als één band samengespeeld. Inmiddels zijn we bijna familie van elkaar.’

‘Onze muziek is beïnvloed door vele verschillende artiesten en stromingen. We richten ons niet zozeer op een bepaald genre en maken ons niet druk over welke hashtags mensen nodig hebben om iets te kunnen verkopen. We zijn postpunk genoemd, experimenteel, vriendelijk… Haha er zit een kern van waarheid in al die benamingen, maar onze muziek is constant onderhevig aan verandering.’

'We communiceren via het onderbewuste'

‘Herhaling is altijd een belangrijk onderdeel geweest van onze muziek, maar we houden ons steeds meer bezig met de textuur van nummers. Door andere instrumenten toe te voegen aan de muziek, maar ook door meer te experimenteren in de studio.’

‘We hebben inmiddels aardig wat ervaring en weten beter wat er allemaal mogelijk is. Onze nieuwe drummer zorgt er ook voor dat we anders spelen, anders naar onze muziek kijken, doordat hij andere ruimtes voor ons opent door zijn manier van spelen. En als mensen zitten we constant in een groeiproces, dat werkt natuurlijk ook door in wat je creëert.’

‘Onze nummers zijn op het eerste gezicht vrij simpel, maar door op een bepaalde manier te spelen met herhaling en structuur worden ze een uiting van een zekere oerenergie. Je hoeft niet de juiste taal te spreken of precies te weten waar een nummer over gaat om toch het juiste gevoel eruit te halen.’

‘We communiceren via het onderbewuste, laten geest en lichaam daarin samenkomen. Vooral tijdens liveoptredens is dat belangrijk. Het gaat niet alleen om ons op het podium, maar om iedereen die aanwezig is, om via de muziek emoties met elkaar te delen.’


Feminicide

‘Ik denk dat onze muziek ook kracht kan overbrengen, dat het luisteraars van kracht kan voorzien. We geven onszelf helemaal, stoppen wie we zijn en waar we vandaan komen in onze nummers en optredens. Dat betekent voor ons ook ‘vrouw-zijn’, en dan nog specifieker ‘vrouw-zijn in Brazilië.’

‘Je kan hier als vrouw niet ’s avonds laat alleen over straat lopen zonder bang te zijn. In zekere zin zijn we een zeer progressief en liberaal land, maar op bepaalde gebieden ook totaal niet. Er bestaat veel misogynie hier in Brazilië. Er worden veel vrouwen verkracht en de cijfers over geweld tegen vrouwen zijn schrikbarend.’

Vorig jaar stond er een artikel in De Groene Amsterdammer over geweld tegen vrouwen in Brazilië (Marjon van Royen, 31 juli 2019). Daarin staan feiten die koude rillingen over de rug doen lopen. De Verenigde Naties waarschuwden vorig jaar in een rapport dat Latijns-Amerika het hoogste percentage vrouwenmoorden heeft. Ondanks strikte wetgeving die vrouwen zou moeten ‘beschermen’, neemt het geweld tegen hen alleen maar toe.

'Voor mij is dit een van de meest verdrietige tijden om Braziliaan te zijn.'

Een Braziliaans onderzoeksinstituut voor veiligheid becijferde dat in 2018 elk uur 530 vrouwen mishandeld, verkracht of vermoord worden in Brazilië, een stijging van veertig procent ten opzichte van het jaar ervoor. Meer dan zestig procent van de Braziliaanse mannen geven toe geweld tegen vrouwen te gebruiken. Sinds het aantreden van president Jair Bolsonaro in 2018 is het geweld alleen maar toegenomen.

Terugvechten

‘Ik zie dat de haat is toegenomen en dat mensen er steeds meer openlijk voor uitkomen. Terwijl we de afgelopen jaren juist goede stappen hadden gemaakt. Mensen begonnen zich uit te spreken tegen geweld tegen vrouwen, en voor de acceptatie van de lhbtqi-gemeenschap. Mensen voelden zich gesteund en durfden uit te komen voor hun seksuele geaardheid, voor hun gender, of voor het feit dat ze vroeger misbruikt zijn.’

‘Maar nu, met een president als Bolsonaro die de meest verschrikkelijke dingen roept, denken mensen dat ze hun meningen niet meer hoeven te verstoppen en dat ze hun haat weer vrijelijk mogen spuien. Ik heb een aantal vrienden die homo zijn en zij werden voor de verkiezingen op straat bedreigd, dat ze zouden sterven als Bolsonaro aan de macht zou komen. Voor mij is dit een van de meest verdrietige tijden om Braziliaan te zijn.’

‘Via onze muziek proberen we alleszins een tegengif te bieden voor al deze haat. Door mensen bij elkaar te brengen, door ze te raken met onze muziek en ze voor even te verplaatsen naar een andere plek waar ze weer vrolijk en energiek kunnen zijn, waar ze zichzelf weer kunnen kennen als mens. Het is een soort terugvechten, niet vanuit de ratio, maar vanuit emotie. Vanuit het hart.’



Anglo-centrisch

‘Het is fijn dat er vanuit Nederland en België, vanuit jullie, interesse wordt getoond in muziek uit Brazilië. Het is voor ons lastig om in Europa te spelen, waar de muziekindustrie compleet gebiologeerd is door de as tussen Europa en de Verenigde Staten. Mensen in het globale Noorden zouden eens wat meer moeten kijken naar wat er in het globale Zuiden gebeurt, anders krijgen we gewoon weer een herhaling van de geschiedenis.’

Via onze muziek proberen we een tegengif te bieden

‘Als er verschillende delen van de wereld mee worden genomen, in een soort globale muziekindustrie, zullen mensen zoveel meer stijlen ontwikkelen. Zonder alleen maar een kopie te willen zijn van een Amerikaanse band. Mensen kopiëren vaak anderen om op die manier op te kunnen vallen.’
‘Daarom is het zo belangrijk dat er aandacht is voor artiesten die iets anders doen, gerelateerd aan andere geschiedenissen en lokale elementen, die spannende en prachtige dingen doen die juist weer ter inspiratie kunnen dienen.’


D-beat

Ook Deafkids, dat acht jaar geleden werd opgericht door Douglas Deal als d-beat-eenmansband, ziet een gelijksoortig probleem in de verhouding tussen Europa en het globale Zuiden. De band is inmiddels uitgegroeid tot een trio dat niet alleen samenspeelt, maar ook gezamenlijk de muziek schrijft. 

Drummer Mariano Sarine blijkt over de telefoon een spraakwaterval die de ene na de andere intrigerende zienswijze onze kant op vuurt. Het blijkt dat Deafkids met Rakta niet alleen muzikaal op één lijn zit, maar ook zeker wat betreft bepaalde ideeën.

‘Onze muziek is altijd experimenteel geweest, met als basis een focus op punk en d-beat. Tegenwoordig is ons muzikaal palet uitgebreid door een interesse in psychedelische muziek. We zien d-beat nu meer als een groove dan als een genre. Een voortstuwende groove van herhaling, waaruit dan juist weer veel nieuwe richtingen voortkomen: beats die geïnspireerd zijn op d-beat, omgekeerde d-beat, beats tegengesteld aan d-beat... ’

We hebben ons ontwikkeld als mensen, daardoor is onze relatie tot zowel muziek als het leven zelf veranderd. We zijn steeds meer de transcendentale kwaliteit van repetitieve percussie-elementen gaan waarderen.’

Tegenstelling

‘Voornamelijk op zintuiglijk vlak, waarbij we proberen de ziel en de geest te bereiken via het lichaam, alsof dit geen gescheiden onderdelen zijn. En dat zijn ze ook niet. Het heeft wellicht ook te maken met het feit dat we Brazilianen zijn. Dat we niet wit zijn, maar onderdeel van bepaalde Afrikaanse muziek en religies. Of zelfs de Arabische of Indiase religies. Deze zijn gebaseerd op de idee dat lichaam en geest één zijn, wat je ook terug kunt lezen in religieuze geschriften.’

Hun muziek is gericht op een trance, om je geest te bevangen via het lichaam. De katholieke mis staat daar tegenover en is voornamelijk gericht op de dominantie van de geest ten faveure van het lichaam. Maar de geest is niet anorganisch of onnatuurlijk. We komen allemaal voort uit een klein deeltje, een zaadje van waaruit alles groeit tot een geheel. Waarom zouden onze ziel en geest meer of minder natuurlijk zijn dan onze lichamen?’

De Westerse tegenstelling tussen lichaam en geest komt naar mijn idee ook deels voort uit de Middeleeuwen, toen onsterfelijkheid een belangrijk thema werd. Dat kwam ook naar voren in de muziek en dan vooral in gregoriaanse hymnes, die vaak gekoppeld zijn aan de mis binnen de katholieke godsdienst en aan het hiernamaals.’

Navelstaren

‘In rockmuziek is het geestelijke op een gegeven moment ook de boventoon gaan voeren. Dat was vooral aan het einde van de jaren 1970, toen het de zwarte muziek waar het in feite op gebaseerd was losliet als uitgangspunt en er daardoor steeds minder lichamelijke bewustwording plaatsvond. Rock begon steeds conceptueler te worden en er ontstond een zeker dedain voor eenvoudige ritmes en grooves.’

Waarom zouden onze meer of minder natuurlijk zijn dan onze lichamen?

‘Mensen die zichzelf als avant-garde zagen, vonden dat eenvoudige ritmes achterhaald waren, dat het tribaal was, iets van oude tijden, primitief zelfs. En dat is beledigend! Deze muzikale praktijken zijn nooit uitgestorven, maar zijn voor veel mensen in de wereld een belangrijke manier voor het kijken naar het leven. Dit egocentrische navelstaren van de voornamelijk Europese en Amerikaanse ‘avant-garde’ is steeds meer onderdeel geworden van het definiëren van het genre.’

‘Misschien is het tijd om onze relatie tot onze lichamen opnieuw te ontdekken en weer de warmte te voelen die ze genereren, om zo tot een nieuw perspectief op muziek te komen. Zowel op ethisch als esthetisch vlak.’


Taxichauffeur

Deafkids brengt muziek die het lichaam doordringt en tegelijk de geest aanzet tot het openstaan voor nieuwe perspectieven. Het gebeurt wel vaker dat het beluisteren van muziek onbewust een begrip, een gevoel of concept naar boven komt drijven dat bij nader inzien overeenstemt met de boodschap van de artiest.

Hoewel het Braziliaanse Portugees van Deafkids ons niet veel wijzer maakt over de inhoud van de nummers, geeft de muziek zelf duidelijke hints over de achterliggende ideeën.

Sarine ziet daarin een belangrijk voordeel. ‘Het is een mooie manier om op een niet-confronterende manier mensen te bereiken met je ideeën. Iets zodanig presenteren dat men er aandacht voor heeft en waardoor men er langzaamaan meer over na gaat denken.’

‘Vergelijk het met een ritje in een taxi, waarbij je een leuk gesprek hebt met de chauffeur, totdat hij iets zegt dat je belachelijk vindt. Het kan goed zijn dat hij uit een totaal andere sociale context komt en niet dezelfde kennis heeft als jij, of niet bekend is met passende terminologie.’

‘Soms moet je iemand een metaforische klap in het gezicht geven om aandacht te vragen’

‘Als je zo’n persoon dan gelijk uitsluit of aanvalt op zijn gedachten, bereik je eigenlijk niet zo veel. Daarmee bouw je geen bruggen. Dan is het beter om op een goede manier het gesprek aan te gaan, zonder iets te forceren.’

Rosa Luxemburg

‘Om mensen een richting op te laten denken waarin ze zaken van een andere kant kunnen beschouwen. Zelfs als je hun gedachten niet in wezen verandert, toon je hen wel een ander perspectief.

‘Zo zie ik onze muziek ook. Het past wat dat betreft een beetje in het gedachtegoed van de marxistische theorie van Rosa Luxemburg, die zich afvroeg wanneer men zich moet richten op hervorming en wanneer op de revolutie. Deze kunnen niet altijd gescheiden van elkaar worden gezien, maar kunnen ook samen bestaan.’

‘Soms moet je iemand een metaforische klap in het gezicht geven om ergens aandacht voor te vragen, soms moet je iemand bij de hand pakken en naar een pad leiden. Met Deafkids brengen we een combinatie van beiden.’


Privileges in Brazilië

‘Weet je, het leven is complex, maar mensen maken het graag zwart-wit. Als we het hebben over etniciteit bijvoorbeeld, kom ik bij mijzelf al gelijk in de problemen. De ene kant van mijn familie is zwart en komt uit Brazilië, de andere kant is wit en komt uit Italië. Hoe kan ik het dan hebben over een ‘zij tegen wij’? Ik ben een Braziliaan, maar tegelijk ook weer niet.’

‘Mensen maken het graag zwart-wit.’

‘Ik besef dat ik over privileges beschik. In een land waar 90% van de mensen geen Engels spreekt, kan ik toch in deze taal met jou communiceren en mijn gedachten met jou delen. Het is een voorrecht dat we met Deafkids als eerste Braziliaanse band op Roadburn hebben mogen spelen.’

Dekolonisatie

‘Tegelijkertijd hebben we als band in Brazilië weer veel minder mogelijkheden dan bands in het globale Noorden, vooral op financieel gebied.’

‘Het is goed om al dit soort zaken mee te nemen als je nadenkt over iets als kolonisering, bijvoorbeeld. Veel zaken zijn complex, maar mensen die snel en graag hun oordeel klaar hebben nemen dat niet altijd mee. Je kunt het oneens zijn met mensen, hen op momenten zelfs veroordelen, maar niet voordat je beseft vanuit welke positie zij komen en redeneren.’

‘Iedereen heeft te maken met verschillende aspecten in het leven die het perspectief beïnvloeden en het is belangrijk om je daarvan bewust te zijn. Dat is het mooie aan muziek, dat zelfs als de taal waarin gezongen wordt niet begrepen wordt, het toch grenzen slecht en mensen bij elkaar brengt.’

Oscillaties

‘Dat is ook waarom wij ons met Deafkids bezighouden met muziek en geen andere vormen van kunst. Het overbrengen van literatuur bijvoorbeeld hangt veel meer af van context en vertaling dan muziek, dat veel lichamelijker is.’

‘Je kunt aan muziek niet ontkomen, dat is ook waarom een aanstekelijk liedje blijft hangen. Mijn persoonlijke idee is dan ook dat het universum geregeerd wordt door geluid. Dat het bestaat uit geluid. Wat dat betreft ben ik vaak iets zweveriger dan de rest van de band, haha!’

‘Maar muziek bestaat uit frequenties en kan daardoor punten in onze lichamen en hoofden bereiken, wat ontbreekt bij de meeste andere vormen van esthetiek, die veel meer afhankelijk zijn van een intellectueel begrip.’

‘Hoe vertaal je een woordgrap? Of humor in het algemeen? Hoe vertaal je gedichten? Dat is allemaal een stuk complexer. Maar bij muziek hoef je niet per se de taal te begrijpen waarin gezongen wordt, de boodschap kan nog steeds resoneren. Het is een vorm van oer-vibratie, een oscillatie tussen ritmes, downbeat en upbeat.’

Vieze emmer

Sarine heeft een interessante visie op wat als talent wordt gezien in relatie tot creatieve inspiratie. ‘Inspiratie betekent iets anders in het westen dan in het oosten. Een getalenteerd persoon wordt in het Westen beschouwd als een een soort genie, terwijl talent in het Oosten als een soort emmer met drab wordt gezien.’

‘Stel je een vieze emmer voor, als je daar water in gooit en het er vervolgens weer uithaalt, is het water nog steeds water. Het wordt niet door de emmer zelf gegenereerd. Maar het water neemt vuil op uit de emmer. Hierdoor verandert zowel het water als de emmer.’


‘Talent wordt in het Oosten als een soort emmer met drab gezien’


‘Een getalenteerd persoon wordt op deze manier gezien als iemand wiens vuil verfijnder is geraakt door ervaringen en leermomenten. Natuurlijk speelt talent hierbij ook een rol, maar minder in de zin dat het gekoppeld is aan de essentie van een genie zijn.’

‘Het gaat er meer om dat je door je talent beter in staat bent om zaken te filteren en toe te passen op je eigen kunnen, waardoor je steeds groeit en sterker wordt.’


Dialectische dans

Over de toekomst van de band is Sarine duidelijk: blijven groeien als muzikanten en als personen. ‘Dat vind ik zelf het mooie aan ons muzikale pad. Bij ons is de verkenning altijd belangrijker dan een specifiek doel waar we ons op zouden moeten richten.’

‘Er is altijd ruimte voor groei, voor verandering. Bij ons is er geen sprake van een faustiaanse deal, waarbij we verslaafd zijn aan nieuwe kennis en vaardigheden, maar meer van een soort dans met het leven.’

‘We maken muziek die een bepaalde kant opgaat, dan duwt de muziek weer terug met alles dat we erdoor ervaren, waarna we weer een wat andere richting inslaan. Het is een dialectische dans in feite.’


Braziliaanse fucked up glimlach

‘Ik vergelijk het maar met Hindoestaanse muziek uit het noorden van India, of funk uit New Orleans, of spirituele jazz uit Ethiopië. Muziek die het leven viert. Zelfs als het soms meer melancholisch is, is het muziek die het leven bevestigt.’

‘Ik denk dat we in die zin ook verschillen van de meeste bands die op Roadburn spelen, of van de meeste metal in het algemeen. Niet om te zeggen dat deze instelling beter is, absoluut niet.’

‘Meer om aan te geven dat we ons niet geheel onderdeel voelen van de gemeenschap waar we vaak in worden geplaatst door de buitenwereld. We maken muziek met een glimlach. Een fucked up glimlach, dat wel. Een vrolijke grijns.’


Tekst: Niels Tubbing
Geschreven voor Gonzo (circus)

zondag 5 april 2020

Interview Emma Ruth Rundle

Kwetsbare kracht

Met het album ‘Marked for Death’ zette de uit Los Angeles afkomstige Emma Ruth Rundle zichzelf vorig jaar definitief op de kaart als soloartiest. Haar door drone, shoegaze en folk gedreven muziek komt recht uit haar kwetsbare lichaam en het gekwelde hart. Geknakt is zij echter alleszins niet.


Soms is daar een album dat direct bij de eerste luisterbeurten al onder de huid gaat zitten. Waar de muziek weerhaakjes plaatst in de ziel en zich niet meer laat verwijderen, ondersteund door teksten die steeds dieper het hoofd en het hart indringen. ‘Marked for Death’ van de Amerikaanse Emma Ruth Rundle is zo’n plaat. Met regelmaat wordt een gebrek aan zeggingskracht en vertelvermogen in muziek verward met oprechtheid, maar de openhartigheid die Rundle tentoonspreidt in haar werk is krachtdadig in al haar pracht en raakt de luisteraar tot in het diepste wezen.


Leed

Als een gesprek met de bevlogen artiest dat oordeel alleen maar sterkt, is duidelijk dat we te maken hebben met een persoon die niet valt los te koppelen van wat zij creëert. ‘Don’t say this house is haunted / this house is haunted like hell on earth for me’ zingt Rundle in het nummer ‘Haunted Houses’ van haar album ‘Some Heavy Ocean’, en dat gaat op voor al haar solowerk.
Op ‘Marked for Death’ is zelfs sprake van een overtreffende trap daarvan. In acht nummers komen liefde, lichamelijk en geestelijk leed, verlies en de dood voorbij in prachtige poëzie omgeven door aangrijpende texturen van lagen gitaar. Het tot leven brengen van deze nummers tijdens haar optredens is voor Rundle vaak een aangrijpende ervaring. “Tijdens het schrijven van ‘Marked for Death’ was het een doel om een zo eerlijk en persoonlijk mogelijk album te schrijven. Als ik dat materiaal nu live speel, heb ik daar soms moeite mee. Het brengt me terug naar een aantal van de meer donkere hoeken van mijn leven en hoe ik die ervaren heb. Dat is wel eens een worsteling op emotioneel gebied, vooral als ik solo speel. Het mooie van alleen op het podium staan is dat het me de ruimte geeft om echt op te gaan in de nummers, om er geheel mee verbonden te zijn. Ik kan de nummers dan ook aanpassen aan het moment, aan hoe ik me voel. Dat is voor mij van essentieel belang. De laatste tijd heb ik in de Verenigde Staten veel gespeeld met een band, waarbij het meer om de groepsdynamiek gaat. Ook dan investeer ik veel emotie in het optreden, maar in emotioneel opzicht is het dan toch minder intens. De concerten worden er anders door: minder intiem, maar soms ook juist krachtiger en harder.”

Foto: Niels Tubbing

Kwikzilver

De open houding in haar muziek maakt Rundle in zekere zin kwetsbaar, zowel tijdens optredens als naar haar publiek toe. Het van haar afschrijven van ellende helpt haar om verder te gaan met haar leven, om zaken af te sluiten. Maar het steeds weer spelen van het materiaal is soms als het openhalen van oude wonden. Ook in haar interviews heeft Rundle dezelfde openheid en vertelt ze zonder terughoudendheid over problemen die ze heeft gehad met drank en drugs, over persoonlijk verlies en over haar aandoening adenomyose.
Op de vraag of haar eerlijkheid wel eens als een boemerang terug knalt, antwoordt Rundle bevestigend: “Ja, toch wel... Ik houd er eigenlijk niet van als mensen me vragen stellen over zaken die ik ooit eens heb gezegd. Ik heb een kwikzilveren geest als mens en als artiest, en vind dat ik de vrijheid heb om te veranderen van mening en van stijl. Dat is erg belangrijk voor me. Absolute waarheid bestaat niet, alles is toegestaan. Het hangt ook heel erg af van de stemming waarin ik me bevind op het moment dat mensen me vragen stellen. Soms kan ik transparant zijn en geef ik persoonlijke en uitgediepte antwoorden, maar soms ook gewoon niet. Wat betreft mijn teksten: ik spreek zelden over de betekenissen daarvan, omdat die me na aan het hart liggen. Toen ik opgroeide was ik vaak teleurgesteld in het muziekaanbod. Ik ben altijd erg bezig met teksten, ze zijn een integraal onderdeel van de totaalervaring. Ik ben een erg gevoelig persoon. Tijdens optredens heb ik het soms moeilijk – als ik erg moe ben, als ik niet gegeten en slecht geslapen heb… Dan komen de emoties extra hard binnen. Tijdens mijn tour voor ‘Some Heavy Ocean’ moest ik soms huilen tijdens een show. Als ik de muziek speel, word ik teruggebracht naar het moment dat ik het nummer schreef. En als dat een pijnlijk moment is, dan voel je dat... Het gaat uiteindelijk om de emotionele lading van de nummers, dus als ik dat voel tijdens het spelen dan betekent het dat ik een juiste staat bereik om de muziek over te brengen. Het ergste dat je kan overkomen is dat je een show speelt en niets voelt. Dan wordt een act.”

Foto: Niels Tubbing

Autonoom

Naast haar eigen werk, dat naast ‘Marked for Death’ bestaat uit het instrumentale album ‘Electric Guitar 1’ (2011) en het reeds genoemde, indringende ‘Some Heavy Ocean’ (2014), heeft Rundle een aardige muzikale reis achter de rug in verschillende bands, en niet de minste. Na het oprichten van The Nocturnes in Los Angeles komt ze in aanraking met Red Sparowes, waar zij als gitarist aanhaakt ten tijde van het album ‘The Fear Is Excruciating, but therein Lies the Answer’.
Samen met Greg Burns, bassist van die band, start ze in 2012 Marriages. Die band ontstaat als Red Sparowes wordt gevraagd om het voorprogramma te spelen van Russian Circles. Niet alle bandleden kunnen, maar dat weerhoudt Burns en Rundle niet. Speciaal voor het optreden schrijven ze het album ‘Kitsune’ en wegens positieve reacties besluiten ze daarmee verder te gaan. In 2015 brengt het tweetal, inmiddels aangevuld met drummer Andrew Clinco, opvolger ‘Salome’ uit. Daarnaast experimenteert Rundle nog als The Headless Prince Of Zolpidem, waarmee zij voornamelijk met vocale effecten en texturen speelt.
Hoewel er zeker een rode draad loopt door al haar werk, is ook duidelijk dat Rundle als artiest en als persoon in een constant proces zit. Dat proces is er voor Rundle over het algemeen niet eentje dat ze volledig heeft uitgedokterd. “Ik weet nooit precies waar ik heen ga, en houd er ook niet van als ik teveel wordt gekoppeld aan wat ik in het verleden heb gedaan. Elke keer als ik wel een plan maak, gebeurt er weer iets waardoor mijn leven verandert en ik mezelf op onverwachte plekken terugvind, zowel geografisch gezien als op psychologisch vlak. Tot voor kort was ik van plan om ‘Marked for Death’ op te volgen met een akoestisch album, waarvoor ik zelfs al lessen klassieke gitaar volgde en me richtte op het verbeteren van mijn finger picking skills. Maar het spelen met een band de afgelopen tijd heeft me weer doen verlangen naar een focus op volledige instrumentatie. Dus het is afwachten, de tijd zal het leren. Voorlopig heb ik eerst een lange tour in Europa voor de boeg, dus over twee maanden zal ik waarschijnlijk weer een ander persoon zijn. Wat ik wel kan zeggen is dat ‘Electric Guitar 2’ onderweg is. Ik zou verder een erg lang verhaal kunnen ophangen over hoe mijn muzikale reis me als persoon en muzikant heeft veranderd, maar uiteindelijk komt het er op neer dat ik nu een plek heb gevonden vanwaaruit ik krachtiger kan schrijven, en meer tot de kern kan komen. Deels komt dat doordat ik nu meer alleen schrijf en veel solo heb getourd. In een collectief werken is een geweldige ervaring, maar het kan ook moeilijk zijn om het momentum vast te blijven houden. Daarnaast ben ik een sterkere vrouw geworden en een autonomer mens.”

Foto: Niels Tubbing

Gemeenschap

Ondanks de groei in autonomie, speelt Rundle nu dus ook haar eigen werk vaker met een band, in plaats van solo. Dat heeft zijn voor- en nadelen. “Optreden met de band waarmee ik nu speel is een geweldige ervaring. Chuck French en Neil Keener, die ook in Wovenhand spelen en in de band Planes Mistaken For Stars, zijn er onderdeel van. Ook drummer Dylan Nadon van de band Git Some zit erin. Het samenspelen met hen op het podium en het onderweg zijn met hen haalt veel van de emotionele vermoeidheid weg waar ik normaal gesproken last van heb. De shows in Europa zullen deels met een band zijn, en deels solo.”
De band die haar tijdens de Europese tour zal ondersteunen is Jaye Jayle, die een deel van de tour ook als voorprogramma zal fungeren. Rundle heeft eerder in Europa getourd met Wovenhand, zowel met Marriages als met haar solowerk. In de Verenigde Staten heeft ze het podium gedeeld met onder meer Alcest, Russian Circles, Deafheaven en This Will Destroy You. Op het Dunk!festival staat ze samen met artiesten als Swans, Pg.Lost en God Is An Astronaut. De grote gemene deler tussen al deze bands en haar eigen werk lijkt de intensiteit waarmee de muziek wordt gebracht. “Wat al deze bands delen is een bepaalde sfeer, waarmee er een zekere emotionele lading ontstaat. Daarnaast is het natuurlijk allemaal door gitaar gedreven muziek, waar ik goed bij aansluit. Eerlijk gezegd denk ik dat het belangrijkste aspect gewoon vriendschap is. We zijn allen onderdeel van dezelfde gemeenschap en het is eigenlijk logisch dat je met je vrienden daarin optrekt.”
Nog twee grote namen in die gemeenschap zijn Dylan Carlson (Earth) en Kurt Ballou (Converge), waarmee Rundle een nummer heeft opgenomen. “Het werken met Dylan was een bijzondere ervaring en een grote eer. Net als de samenwerking met Kurt, bij wie we in zijn GodCity Studio te gast waren. Het opnemen was een vreemd proces voor mij: al samenspelende ontdekten we hoe we het nummer wilde hebben, maar het kwam er geweldig uit. In de toekomst staan nog een aantal samenwerkingen op de agenda, maar eerst wil ik Greg Burns weer bewegen om met Marriages aan de gang te gaan!”



Escapisme

Stil zitten is iets dat Rundle niet vaak lijkt te doen. De afgelopen jaren kwam elk jaar wel een album uit waaraan ze heeft meegewerkt, en ook in 2017 is daar al een eerste uitgave in de vorm van een split-ep met Jaye Jayle, ‘The Time between Us’.
Haar immer stijgende status, vooral na het uitbrengen van ‘Marked for Death’, zorgt ervoor dat ook steeds meer mensen iets van haar willen. Dat kan soms een tol eisen. “Het kan erg stressvol zijn, vooral in combinatie met het zakelijke en logistieke deel van het artiest zijn. Ik ben erg van de spontane aanpak en dingen aanpakken op het moment dat ze voorbijkomen, maar dat is weleens lastig. Zoals het doen van dit interview bijvoorbeeld. Ik vind het belangrijk en leuk om te doen, maar als ik aan het touren ben is het vaak lastig om te regelen. Ik ben daarom ook mijn label Sargent House erg dankbaar voor al hun steun en toeverlaat. Zonder hen, en Cathy Pellow in het bijzonder, had ik dit allemaal niet kunnen doen. Als rolling stone is het ingewikkeld om relaties te onderhouden, ik leef toch meestal in het moment. Aan de ene kant is het constant onderweg zijn een vorm van escapisme, van het ontsnappen aan dagelijkse beslommeringen, maar aan de andere kant is het moeilijk om creatief bezig te zijn. Schrijven tijdens een tour is vrijwel onmogelijk voor me. Wat dat betreft heb ik een haat-liefdeverhouding ermee.”
Waar Rundle ook vrijwel geen tijd voor heeft als ze onderweg is, is aandacht besteden aan haar beeldende kunst. Naast muziek maakt ze namelijk ook tekeningen, schilderijen, foto’s en ander beeldend werk. “Dat onderdeel van mijn leven is iets wat ik momenteel erg mis. Vroeger schilderde ik nog weleens als we in een busje rondreden, of ik maakte video’s om later te gebruiken, maar momenteel is dat allemaal wat teveel van het goede. Met mijn beeldende kunst ga ik vele verschillende kanten op, ik heb eigenlijk gewoon wat tijd op één plek nodig om daar een beetje lijn in te brengen en om dingen af te maken waar ik al geruime tijd mee bezig ben. Voor mij communiceert mijn beeldend werk iets totaal anders dan mijn muziek, ze zijn niet aan elkaar gerelateerd. Behalve dan wanneer ik een video maak voor een van mijn nummers, zoals voor ‘The Distance’.”

Foto: Kristin Cofer

ACLU

Een verschil met beeldende kunst en optreden als muzikant is ook de mate van verbinding met het publiek. Rundle is wat dat betreft onder de indruk van de performancekunstenaar Marina Abramović, die een zeer directe en persoonlijke verbinding zoekt met de toeschouwer. Als dat lukt kan er een overweldigende intensiteit ontstaan, iets dat muzikanten vaak ook opzoeken. “Ik heb in Californië aan een kunstacademie gestudeerd. Daar hield ik me veel bezig met performancekunst in relatie tot het publiek. Maar als muzikant op een podium is dat vaak lastiger, omdat er een scheiding wordt gecreëerd tussen de artiest en het publiek. Als ik solo speel probeer ik daar zoveel mogelijk doorheen te breken, om de verbinding te zoeken met de mensen.”
Dat doet ons denken aan een opmerking van Geoff Rickley van de band Thursday tijdens een concert ooit. Hij sprak over een arbitraire scheidslijn tussen de band op het podium en het publiek in de zaal. Band en publiek kunnen niet zonder elkaar bestaan en zouden de grens tussen hen in moeten laten oplossen. Rundle herkent het gevoel. “Het is niet eenvoudig dat voor elkaar te krijgen, maar als het lukt, als artiest en toeschouwer elkaar vinden, ontstaat er iets magisch.”
Zowel in haar muziek als in haar interviews komt Rundle over als een betrokken en empathisch persoon. In het huidige politieke en sociale klimaat in de Verenigde Staten kan zij het dan ook niet laten om zich uit te spreken. Onlangs bracht zij een exclusief nummer uit op haar Bandcamp-pagina getiteld ‘Forever the Setting Son’, waarvan de opbrengsten in zijn geheel naar de American Civil Liberties Union (ACLU) gingen. “Ik wil voorkomen dat ik ten prooi val aan verveling en de verbinding met de werkelijke wereld verlies. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat de huidige situatie in de Verenigde Staten geen grote impact heeft op mijn moreel. Vooral als vrouw is het verdomd moeilijk en deprimerend op het moment, maar we moeten hard blijven werken om het beter te maken. Iedereen kan een steentje bijdragen. Ik heb een T-shirt ontworpen dat ik verkocht tijdens de tour, waarvan de opbrengsten ook naar de ACLU gingen. Je merkte dat mensen dat waardeerden en het is fijn dat je op je eigen manier een bijdrage kunt leveren. Het deprimerende van de hele situatie is tastbaar op het moment, maar duurzaam kan en zal het niet zijn. Things will get better.”


Tekst: Niels Tubbing
Geschreven voor Gonzo (circus)

maandag 15 oktober 2018

Interview met Imperial Triumphant

Observaties van het stedelijk kwaad

Waanzin gebeiteld in realisme. Imperial Triumphant uit New York City windt er geen doekjes om. Met hun steeds verder verfijnde duistere metal stompen ze steeds harder diep in de tere ziel. Vervlochten met de stedelijke omgeving zoeken zij de grenzen op van wat de luisteraar kan verdragen.


Ongemak, angst en aantrekkingskracht. Zomaar drie gevoelens die tegelijkertijd naar boven komen bij de eerste malen luisteren van het werk van de Amerikaanse band Imperial Triumphant. Waar hun oudere werk nog redelijk in het straatje van de wat meer geijkte black metal kan worden geplaatst, verzette de band alle piketpaaltjes met hun Abyssal Gods uit 2015. Zelden zo een serie onverwachte klappen tegen het smoelwerk gehad als bij het beluisteren van deze langspeler. In 2016 kwam er alweer nieuw werk uit: de ep Inceste, alwaar de wegen alweer nog maar ondoorgrondelijker werden. Aangezien de band nog geen optreden in Europa heeft gedaan (edit: de band speelt op Roadburn 2019), vonden wij het hoog tijd om eens een handreiking te doen naar de heren achter deze majestueuze malheur.



Anton Webern

Imperial Triumphant bestaat al een decennium en heeft op de verschillende metalblogs die het internet rijk is al vele hoge ogen gegooid. Toch is de band, die bestaat uit zanger/gitarist Ilya Ezrin, bassist Steve Blanco en drummer Kenny Grohowski, nog niet erg bekend in deze omstreken. Dat komt allicht door de moeilijk verteerbare kost die het drietal (dat lange tijd met nog een extra bassist en drummer muziek schreef) presenteert. In de tien jaren van het bestaan hebben de heren een aardige muzikale reis erop zitten. Naast black metal komen er invloeden van free jazz, avant-garde, doom en drone voorbij. Ezrin geeft duiding: “Onze muziek heeft een behoorlijke revolutie doorgemaakt. We zijn constant op zoek naar nieuwe mogelijkheden, naar nieuwe stijlen die we kunnen opnemen. Onze muziek bestaat bij de gratie van dissonantie, van een agressieve en technische manier van spelen. Niet in de zin dat we onze vaardigheden per se willen tonen, maar we zijn wel op zoek naar steeds nieuwe uitdagingen, om de grenzen van ons kunnen op te zoeken en die dan over te gaan. We zijn nu op een punt aangekomen waar het erg goed begint te worden, waar iedereen in de band ook zijn eigen onmisbare bijdrage aanlevert.” Die bijdrage wordt geleverd door muzikanten die allen zeer onderlegd zijn in het componeren van muziek. Ezrin heeft een diploma van de California Music Academy en allen zijn professioneel jazzmuzikant geweest. Dit zorgt ervoor dat de band bij het schrijven erg gericht is op structuren en hoe de muziek overkomt bij de luisteraar. Blanco geeft aan dat de brede muzikale ontwikkeling van de bandleden een groot voordeel is bij het schrijven van en nadenken over de muziek. “Het interessante aan onze band is dat alle bandleden erg onderwezen zijn in, en fan zijn van, de muziek die we aanhalen. Als iemand van ons bijvoorbeeld een componist als Anton Webern aanhaalt, weet iedereen gelijk wat er bedoeld wordt. Dat zorgt voor een zekere cohesie, waarbij we altijd ook het totaalplaatje voor ogen hebben. We richten ons niet zozeer op wat de individuele bandleden spelen, maar meer op het grotere sonische landschap.”



Metropolis

Dat landschap is er voornamelijk eentje in de urbane setting. Niet alleen het album Abyssal Gods, met het angstaanjagende artwork van Andrew Tremblay die op verzoek van de band een ‘monsterlijke stad’ tekende, maar het hele oeuvre staat zo’n beetje in het teken van de ontbindende kenmerken van de stad, en New York in het bijzonder. “Imperial Triumphant is geïnspireerd door de stad, door de urbane omgeving. Als ik New York in een woord zou moeten omschrijven zou dat ‘zwaar’ zijn. Soms is het de mooiste plek ter wereld, maar vaker is het een verstikkende plek.” We halen Léopold Lambert aan, die met zijn tijdschrift en blog The Funambulist filosofeert middels architectuur. In de stad, met zijn wolkenkrabbers en sloppenwijken, speelt het ruimtelijke (of een gebrek daaraan) een grote rol in heersende machtsstructuren. Ezrin en Blanco geven aan daar aandacht aan te besteden in hun werk en halen als voorbeeld de film Metropolis (Fritz Lang, 1927) aan. “New York, en vooral Manhattan, is een verticale stad, waar het geld hoog uittorent boven de armoede, die op straat of zelfs daaronder te vinden is. Het is een beetje zoals in Metropolis. De top van de gebouwen vormen de kwaadaardige kroon van de stad, daar waar het bedrog huist. Die film is een mooie verbeelding van hoe de stedelijke maatschappij is gestructureerd, hoe middelen zijn verdeeld.”
De band heeft in het verleden aangegeven een alternatief te willen bieden voor Satan, voor wie de mensen tegenwoordig in feite toch geen angst meer hebben. Ezrin ziet in de realiteit van de stad een andere bron van het kwaad. "New York is een stad waar enkele van de meest kwaadaardige zaken plaatsvinden en dan bedoel ik niet zoiets als duivelsaanbidding, maar het echte kwaad dat in de realiteit genesteld zit. Verschrikkingen die in deze stad gebeuren vinden niet plaats in een sprookje, maar in de horror van het werkelijke leven. Dat is de invalshoek die we gebruiken met onze muziek -het gebruiken van realisme als middel om horror te presenteren.” Een voorbeeld van wat Ezrin bedoelt is te zien in de videoclip bij het nummer ‘Crushing the Idol’. “Ik groeide op in een wereld van deftige privé-scholen, waarvan de buitenwereld alleen de glans ziet. Maar in werkelijkheid is iedereen verwilderd en zedenloos. Die shit die je in de video ziet, dat gebeurt de hele tijd in New York. Kinderen van een jaar of negentien die prostituees bestellen op een vrijdagavond, gewoon omdat het kan. En het gaat altijd ongestraft, want zo zijn de wetten van de wereld. Veel mensen waren onthutst na het zien van de video, omdat je personages ziet aan wie je een oprechte hekel hebt, maar die nooit hun verdiende loon krijgen. Wat dat betreft is het een spiegel van de realiteit.”



Rites of Spring

De horror van de realiteit. Of het besef daarvan. Het beluisteren van de muziek van de heren is alleszins een confrontatie. De eerste malen moesten we even doorbijten bij het aanhoren ervan. Een proactieve benadering was nodig om te achterhalen waarom Imperial Triumphant aanvankelijk tegelijk naar en intrigerend is. Maar de aanhouder wint en stapt een wereld binnen die verwondert en verslavend werkt. Blanco herkent dit in een eigen ervaring. “Wat je daar beschrijft is precies waar we naar op zoek zijn, in zekere zin. Ik herinner me een plaat van mijn vader, die een grote rol heeft gespeeld in mijn jeugd. Het was Rites of Spring van Igor Stravinsky. De eerste keer dat ik dat opzette was ik een klein kind en ik schrok me wezenloos... maar tegelijk kon ik het niet afzetten, ik moest er naar blijven luisteren. Ik was er door aangetrokken, recht door de angst heen, en de muziek werd een obsessie voor me en zodanig een blauwdruk voor hoe ik met muziek om ben blijven gaan. Als mensen dat hebben met ons werk, dat ze op die manier een verbinding ermee hebben, dan is dat voor mij een succes.” Het beeld van Herman Hesse en Abraxas doemt op: wie geboren wil worden, moet eerst een wereld vernietigen. “Voordat je kunt groeien, moet je je eerst ongemakkelijk voelen,” vult Ezrin aan. Wat dat betreft is de luisteraar bij Imperial Triumphant aan het goede adres. Hoewel er ook gelachen kan worden met de heren, zo blijkt als Blanco moeiteloos een opsomming geeft van steden in Nederland, Ezrin in vrolijke verbazing brengende. “Ik heb een paar jaar in Amsterdam gewoond, vandaar.”


(Auteur: Niels Tubbing. Oorspronkelijk verschenen in Gonzo (circus) #139)

donderdag 15 februari 2018

Black Decades - De helende werking van herrie

De Nederlandse black metalband Black Decades is onlangs de studio in gedoken om te werken aan hun nieuwe album. Deze week werd bekend dat de band is toegevoegd aan de reeds imposante lijst van topbands die dit jaar op Roadburn aan zullen treden. Genoeg reden om terug te blikken op een interview dat ik met de band had in 2016, opdat we met extra veel enthousiasme vooruit kunnen kijken naar wat Black Decades nog brengen gaat.



Teringherrie kan een perfect werktuig zijn in het omgaan met de afgrijselijke kanten van het verleden. Black Decades heeft dit middel omarmd en raakt in haar zelfreiniging tevens de uiterste randen van een rafelschoonheid aan. In 2016 sprak ik met gitarist Thale Roosien en toenmalig zanger Mark van de Maat, die inmiddels is opgevolgd door nieuwe zanger Johan van Hattum.


Zet drie muziekliefhebbers bij elkaar aan een tafel op een zonnig terras van de Tolhuistuin te Amsterdam en in plaats van het geplande interview wordt er het eerste half uur gewoon over muziek gepraat. Thale Roosien en Mark van de Maat, gitarist en zanger van de Nederlandse blackmetalband Black Decades (met stevige invloeden van doom en crust), zijn alleszins niet voor een genre te vangen. De heren kennen elkaar alsook William te Morsche (drums) en Marcel van Losser (bas) uit Twente en hebben er al een aardige geschiedenis in de muziekwereld opzitten met punkbands als Cathode, Kriegstanz en The Barnhouse Effect.

Gitarist Thale Roosien. Photo by Theo Smits

Geeshie Wiley

Bij navraag naar het door vrienden opgerichte label Toztizok Zoundz, waarop Hideous Life is uitgekomen, prijzen beiden de eclectische catalogus. “We vinden het een bepaalde charme hebben om onze plaat niet op een metallabel uit te brengen, maar op een label dat zich richt op allerlei aparte muziek. Daar voelen we ons bij thuis.” Roosien illustreert dit door te beginnen over een artiest als Geeshie Wiley. “In haar nummer ‘Skinny Legs Blues’, een 78-toerenplaat, zingt ze als zwarte vrouw in de jaren 1920 over een verkrachting en de moord op die verkrachter. Dat is een beklemmende luisterervaring.” Ook Van de Maat heeft muzikale interesses buiten het hardere werk, wat ook tot uiting komt in zijn eigen label Knekelhuis, waarmee hij naar eigen zeggen ‘eigenaardige’ muziek uitbrengt op vinyl. “Vanaf 2005 ben ik me gaan verdiepen in elektronische muziek. Voor die tijd had ik me zo vastgebeten in punk en hardcore, dat ik daar even helemaal klaar mee was. Ik wilde weer vrij muzikaal kunnen ademhalen.” Roosien bedenkt zich dat hij zelf ook nog elektronische muziek heeft gemaakt, onder de intrigerende naam schaduwmacht//paranoia.




Gribusbende

Toch even terug naar de harde muziek en dan vooral de punkwereld. Zowel Van de Maat als Roosien is onderdeel geweest van de crustpunkband Cathode, waarmee ook veel in het buitenland opgetreden werd. Dat leverde bijzondere verhalen op. “Ik ben in Chili ooit eens aangevlogen door een meisje dat mijn keel dichtkneep,” vertelt Van de Maat met een nog altijd lichte verbazing. “En in Porte Alegre ging het gerucht dat een groep anarcho-punks een vete had met oi!-punkers en dat er met HIV geinfecteerde naalden in ruggen werden gestoken...” Roosien heeft met de d-beat groep Kriegstanz een aantal weken door de Verenigde Staten getoured. “We deden een tour samen met Seein’ Red en Bury the Living en speelden voornamelijk in huizen. Dat was vaak een gribusbende waarbij je je afvroeg hoe mensen daar in godsnaam konden leven. Maar het was wel ruig.”

Toenmalig Black Decades zanger Mark van de Maat. Photo by Theo Smits

Tijdsdocument

Op een gegeven moment werkte de punkenergie niet meer als voorheen. “We hadden de behoefte om iets anders te gaan doen, om zonder beperkingen en specifieke kaders weer muziek te maken. Uit een jam ontstond het nummer ‘White Noise’ en dat voelde weer als vrij zwemmen. Vandaar uit zijn we eigenlijk al experimenterende verder gegaan met Black Decades. Uiteindelijk moeten de nummers natuurlijk een bepaalde coherentie en urgentie hebben, plus een mate van ruigheid, zowel in klank als in aanpak.” Van de Maat beaamt dat en geeft aan dat hij in zijn teksten dat ook opzoekt. “Toen we in het begin bij elkaar kwamen, zaten we alle vier in een kloteperiode en dat uit zich in de muziek.” Wat dat betreft lijkt Hideous Life dus een oprechte titel. “Absoluut”, aldus Roosien. “Ik wil daar best eerlijk in zijn. Ik kamp al tijden met depressies en dat vertaalt zich in de muziek die we maken. De plaat is voor ons een soort catharsis. Het fysieke effect van het snelle spelen en het harde volume speelt daarbij ook een rol. Maar ook humor, het moet niet overdreven serieus worden. Genieten is ook belangrijk.” Van de Maat ziet dat de band inmiddels een wat lichtere kant op gaat. “Hideous Life is een tijdsdocument vol duisternis. De nieuwe muziek is opener, minder dichtgespijkerd, echt een volgend hoofdstuk.”


Auteur: Niels Tubbing
Oorspronkelijk geschreven voor Gonzo (circus) #134


vrijdag 17 maart 2017

Richard Bolhuis / House of Cosy Cushions

In 2015 had ik een interview voor het tijdschrift Gonzo (circus) met de Nederlands/Engelse muzikant-kunstenaar Richard Bolhuis. Hij beperkt zich niet tot bepaalde kunstuitingen en maakt net zo makkelijk grote installaties als dat hij kleine muzikale optredens geeft. Hij treedt vooral op onder de naam House of Cosy Cushions, een los collectief gelijkgestemde artiesten.

Het interview, voor abonnees van Gonzo (circus) hier terug te lezen, was een erg fijn gesprek met een bevlogen en oprecht mens. Zowel in zijn woorden als in zijn kunstuitingen weet Bolhuis je te raken, met een combinatie van duiding en mysterie. Zoals hijzelf aangeeft:

“Voor mij is het leven een mysterie en dat wordt vanzelfsprekend een onlosmakelijk onderdeel van wat ik maak. Vroeger vond ik het mysterieuze bijna beangstigend, maar ik heb geleerd het steeds meer te omarmen. Het onbekende werkt voor mij bevrijdend en speelt een belangrijke rol in het ontdekken van wie ik zelf ben."


De combinatie van beeldende kunst en muziek is voor Bolhuis een natuurlijke manier om zich uit te drukken. Hij ziet geen heil in het maken van een onderscheid tussen beide vormen, maar geeft wel aan wat het belang van muziek is voor hem, zowel wat betreft het zelf creëren als het luisteren ervan.

"Voor mij is het heel natuurlijk verlopen dat ik mezelf middels interdisciplinaire installaties uitdruk, maar het kan ook een optreden met mijn collectief House of Cosy Cushions zijn. (...) Muziek is voor mij een middel om het leven op een andere manier te doorgronden. (...) Muziek is voor mij euforisch en seksueel. Voor mij is muziek misschien wel de ultieme beleving van vrijheid. Hoe gestructureerd een nummer ook kan zijn, de ervaring is toch een soort uittreding. Er is altijd muziek en dat te beseffen geeft een helend gevoel.”



Op 31 maart 2017 vindt er in De Synagoge in Groningen, in samenwerking met het Groninger Museum, een installatie-performance plaats van Bolhuis, waar zijn collectief House of Cosy Cushions ook onderdeel ook van uit maakt. Bolhuis maakt vaak gebruik van de kwaliteiten van een locatie, om die onderdeel te laten worden van de performance. Een aanrader voor zowel de kunst- als muziekliefhebber. Of eigenlijk gewoon een aanrader voor iedereen, want Bolhuis weet mensen zodanig te raken dat emoties naar boven komen en men geïntrigeerd weer weg gaat, peinzend over mogelijke nieuwe paden in het leven. 



donderdag 18 november 2010

Interview met Belgisch drum & bass dj Netsky

Afgelopen jaar heeft de jonge Belgische dj Netsky zichzelf de hoogste regionen van het drum & bass universum ingekatapulteerd. Zijn soulvolle stijl tilt het genre over de rand van obscuriteit en leidt tot een stroom aan nieuwe fans.

Sinds Netsky eind vorig jaar een contract tekende bij het Britse drum & bass label Hospital Records is het snel gegaan met de jonge Belg. Vlak voor de zomer is zijn eerste album uitgekomen, eenvoudig getiteld ‘Netsky’, en aanvragen voor remixen stromen uit alle hoeken binnen. Zijn muziek spreekt mensen niet alleen op plaat aan, ook live krijgt het de massa aan het bewegen als een malle. Op Lowlands en Pukkelpop gingen al meer dan tienduizend festivalgangers uit hun dak op de soulvolle drum & bass van deze dj die op 21-jarige leeftijd eigenlijk het label ‘talent’ al voorbij is.

Beste Belgische dj

Netsky - Foto: Ulrike Biets

Voor iemand die zelfs Engeland aan zijn voeten krijgt, komt Netsky uit een wellicht onverwachte plaats. We spreken hem in Edegem, waar de mensen hem nog kennen als Boris Daenen en waar niet veel gebeurt op dance gebied. “Mijn eerste keren heb ik hier wel in Edegem gedraaid, in een jeugdhonk waar ook mijn vrienden vaak zitten. Maar het eerste echte feest waar ik gedraaid heb was in Antwerpen.” De havenstad wordt tegenwoordig zelfs regelmatig de ‘drum & bass hoofdstad’ van de Benelux genoemd. “Ja, dat durf ik ook wel te zeggen. Samen misschien met Gent en Leuven, waar toch ook goede feesten worden georganiseerd.” Drum & bass lijkt in België sowieso in de lift te zitten, vindt ook Boris. “Zeker, dat zie je nu ook met mijn single op de radio. Vroeger gebeurde het echt niet dat een drum & bass nummer zo vaak op de radio voorbij kwam. Je ziet ook steeds meer verschillende stijlen binnen het genre die geaccepteerd worden door het grote publiek, wat je goed merkt op de festivals.” Deze aandacht culmineerde voor Boris in zijn verkiezing als ‘Beste Belgische dj 2010’, welke georganiseerd werd door Studio Brussel. “Ja, dat was fantastisch natuurlijk. Maar aan de ene kant ook niet echt verantwoord natuurlijk als ik boven 2 Many dj’s eindig… Maar het is wel een enorme eer, waaraan je ook kunt zien dat drum & bass steeds meer gewaardeerd wordt.” Als een van de weinig bekende Belgische producers in dit genre, is Boris in korte tijd een boegbeeld geworden voor deze stroming in de dance muziek. “Ja, dat voelt ook wel een beetje zo. Veel mensen hebben voor zo’n verkiezing nog nooit van drum & bass gehoord, maar als ze dan merken dat de ‘beste dj’ zulke muziek maakt, dan gaan ze het misschien eens luisteren. Überhaupt komen door de grote media aandacht veel nieuwe mensen in aanraking met het genre. Ik ben blij dat ik daar aan mee kan helpen.”

Rampage en Radar

Tegenwoordig zie je groeiende populariteit van drum & bass terug in de feesten die er zijn, waaronder twee georganiseerd door Hans Machiels, alias dj Murdock. “Murdock organiseert op drum & bass gebied eigenlijk de twee grootste feesten in België, dat zijn ‘Radar’ in Leuven en ‘Rampage’ in Antwerpen. Ik draai ook regelmatig met hem samen, onder andere op deze feesten. Hij is al lange tijd een goede vriend van mij. Ik heb hem leren kennen via het draaien en hij was eigenlijk de eerste die mijn muziek echt steunde. Hij had vroeger een programma op de radio, ‘Jungle Fever’, waarin hij regelmatig mijn muziek draaide.” Ook op de meer reguliere festivals lijkt drum & bass steeds meer aan te slaan, getuige de fenomenale opkomst op Pukkelpop bij de show van Netsky. “Ja, dat was geweldig. Van te voren dacht ik dat ik voor een half lege tent zou draaien, omdat ik al om half één ‘s middags moest beginnen. Ik weet van mijzelf dat ik op festivals altijd grote moeite heb om zo vroeg naar het terrein te gaan. Het was een aangename verrassing om die tent helemaal vol te zien. De stagemanager kwam na afloop naar mij toe en vertelde dat het de eerste keer was dat hij zo vroeg al de tent vol had gezien.”

Exotische Belg

Toch valt België niet te vergelijken met het mekka van de drum & bass: Engeland. “Daar komt het toch allemaal vandaan en daar hebben ze ook zó veel goede producers. Ik wil het liefste ook mijn pijlen op Engeland richten en de helft van de week daar zitten.” Als Belg zijnde lijkt het misschien lastig om een voet aan de grond te krijgen tussen al het Britse geweld, maar niets is minder waar. “Het is zelfs een enorm voordeel dat ik uit België kom. Er zijn daar zelfs mensen die niet eens weten waar België ligt op de kaart, dus ik ben een soort exotisch product en daarom exclusiever. Ik krijg daardoor meer aandacht en kom hoger op de line-up.” Met een lange geschiedenis van grote producers verwacht je ook van het publiek meer affiniteit met de muziek. “Het publiek daar is meer bezig met de muziek, veel actiever. Ze gaan zelf veel meer op zoek en zijn daarom meer op de hoogte van de laatste nieuwigheden, waardoor ik tijdens mijn sets meer kan experimenteren. Ze zijn een wat intelligenter publiek. Hoewel, intelligenter is misschien niet het juiste woord, want ze zitten allemaal onder de pillen daar… Als mensen in Engeland gaan feesten zijn ze ook vaak helemaal verkleed. De feesten zijn ook vrij duur in Engeland, dus voor veel mensen is het dan ook een speciale avond en dat merk in je de beleving.”

Job

Door zijn grote populariteit en gewaardeerde dj-sets is Boris afgelopen jaar veel van huis geweest. De vraag rijst wat hem nu meer bevalt, draaien of produceren? “Ik merk dat ik afgelopen zomer veel meer tijd heb gestoken in draaien dan in muziek maken, mede door de vele shows die ik heb gedaan. Als je een grote naam wilt worden dien je je naam zowel op plaat als live waar te maken. Maar als ik echt moet kiezen, dan kies ik voor het produceren. Daar kun je je creativiteit echt in kwijt. Tijdens het draaien is het wel mooi om te zien dat jouw muziek mensen raakt en hen aanzet tot dansen, maar je hebt niet iets nieuws gemaakt. Met produceren creëer je iets uit niets en dat geeft toch veel meer bevrediging.” Ongeveer vijf jaar geleden begon Boris met hetgeen hem zo’n bevrediging geeft. Toch was er in zijn geval niet echt sprake van een interne noodzaak om te creëren. “Nee, ik was meer aan het prutsen. Ik vond het heel erg leuk om muziek te maken en langzaam is het een verslaving geworden. Ik zat op school en kon aan niets anders denken dan muziek maken. Het is maar goed dat ik er een job in heb gevonden… Ik ben wel ooit begonnen aan een studie grafisch ontwerpen, maar ben er na twee jaar proberen mee gestopt. Toen ben ik eigenlijk voltijds aan mijn album gaan werken.”

Ideaalbeeld


Netsky - Foto: Ulrike Biets

Voor het maken van electronische muziek is er tegenwoordig, naast een analoog instrumentarium aan synthesizers, een heel arsenaal aan verschillende programma’s op de markt. Iedere producer lijkt bij een bepaald programma te zweren, zo ook Boris. “Ik ben ooit begonnen met Fruityloops, toen ik een jaar of twaalf was. Dat programma was vrij simpel in het gebruik, dus ik ben gewoon daarmee begonnen met prutsen. Op een gegeven moment ben ik overgestapt op Ableton Live. Dat programma is eigenlijk bedoeld om live mee te spelen, maar ik maak er mijn muziek mee. Uiteindelijk maakt het ook niet zo heel veel uit welk programma je gebruikt, als je er maar iets goeds mee doet.” De nummers van Boris hebben vaker hun oorsprong in verveling dan in goddelijke inspiratie. “Het gebeurt wel eens dat de radio zacht opstaat en ik een deuntje hoor dat me dan inspireert. Maar meestal zit ik me op mijn kamer te vervelen en begin ik gewoon te pielen. Vaak begin ik niet met een vooropgelegd plan, ik begin gewoon verschillende dingetjes uit te proberen. Soms luister ik naar nummers van anderen en denk dan: ‘dat en dat stukje is wel tof, daar wil ik wel iets mee doen’. Maar wakker worden en gelijk een idee hebben, nee dat heb ik nog nooit gehad. Ik vind het ook heel raar dat mensen dat hebben, volgens mij is dat meer een ideaalbeeld.” Ook Boris heeft last van een syndroom dat veel artiesten hebben. “Vaak ben ik niet meer tevreden als ik een nummer van mijzelf later terug hoor. Bij mijn album had ik dat in eerste instantie ook, toen vond ik het eigenlijk maar niets. Nu ben ik er wel tevreden mee, ook omdat ie goed ontvangen wordt. Ik ben in ieder geval blij dat ie goed verkoopt… Maar toch blijf je dingen horen die je graag anders had willen doen.” Het uitbrengen van een album is hem alleszins goed bevallen. “Het maken van een album is een heel leuk proces, omdat je er een soort verhaal in kan steken. Daarvoor maakte ik singles en die probeer je zo te maken dat ze een groot publiek aanspreken. Je hebt op een gegeven moment een bepaalde stijl voor jezelf gecreëerd en ik had het gevoel dat ik iedere single ook heel erg binnen die stijl moest blijven. Met mijn album kon ik veel meer subgenres induiken en mijzelf meer verkennen, dat was wel een verademing en tegelijk ook een uitdaging.”

Hospital Records

Boris heeft zijn album uitgebracht bij het label Hospital Records, dat bekend staat om haar open houding tegenover drum & bass. Zou Boris met zijn stijl ook bij een ander label passen? “Ja, dat denk ik wel, maar dan zou ik enkele nummers misschien een beetje moeten aanpassen. Bij Breakbeat Kaos of Ramrecords zou ik eventueel nog wel passen. Bij Breakbeat zitten bijvoorbeeld Brookes Brothers, hun stijl is wel vergelijkbaar met de mijne. Maar het liefste zit ik toch bij Hospital Records, omdat je daar veel creatiever kunt zijn denk ik. Daar kun je veel meer buiten het hokje gaan dan bij andere drum & bass labels. Ook omdat het wordt gerund door London Elektricity, dat is een van de meeste gekke mensen in de drum & bass wereld en hij luistert werkelijk naar alles.” Boris ziet het zelf ook wel zitten om andere stijlen te verkennen. “Ik ben heel erg fan van deephouse en vocal house. Swedish House Maffia vind ik bijvoorbeeld ongelooflijk goede producers die heel funky dingen hebben gemaakt. Zo commercieel als Axwell en Sebastian Ingrosso (van Swedish House Maffia, NT) wil ik zeker niet gaan, maar zij hebben wel hele vette sounds gemaakt. Daar ben ik beetje naar aan het luisteren en ik wil daar invloeden uithalen en injecteren in drum & bass, maar het tegelijk wel een beetje underground houden.” Het drum & bass publiek staat soms bekend als zeer eenkennig in hun muzikale opvatting, maar Boris is niet bang dat hij uitgekotst zal worden als hij andere paden zal bewandelen. “Ik denk dat mijn fans vooral drum & bass fans zijn die van de soulvolle kant houden en niet honderd procent voor het tempo gaan. Ik denk dat die mensen ook wel meegaan als ik nummers maak met een heel ander tempo en met andere invloeden.”

Electronische composities

Voor een jonge muzikant die electronische muziek maakt, heeft Boris onverwachte invloeden. “Mijn grootste drijfveer is om soul en vocals terug te brengen in drum & bass. Ik heb vroeger veel naar soul en motown geluisterd, dat heeft me toch op een zekere manier geïnspireerd. Ik wil de echte soul terugbrengen in de electronische muziek. Veel mensen hebben trouwens ook een verkeerd beeld bij electronische muziek, omdat ze alleen maar de eentonige commerciële onzin horen. Maar ook met electronische klanken kun je echt componeren. Natuurlijk bestaat er ook electronische muziek die in mijn ogen het niet waard is om muziek genoemd te worden, maar er worden ook fantastische stukken gecomponeerd. Het nummer Strobe van Deadmau5 bijvoorbeeld, dat is een nummer van ruim tien minuten en dat is precies een klassiek muziek stuk. Er zitten geen vaste overgangen in, maar het vloeit in elkaar, er komen elementen bij en er faden dingen weg, dat is echt fantastisch. In drum & bass zie je dat de vocalen en de liquid, soulvolle kant op dit moment heel erg in opkomst zijn. Ik hoop dat daarin genoeg vernieuwing blijft komen om het levendig te houden. Er zijn nu al substromingen die weer aan het uitsterven zijn, omdat ze zichzelf vergeten te vernieuwen. Er kleeft altijd het gevaar aan dat het allemaal te eentonig wordt en de luisteraar haakt dan uiteindelijk af.” Voor zichzelf ziet Boris de komende vijf jaar daar een belangrijke rol in weggelegd, vooral in België. “Ik ben een van de weinige drum & bass producers in België die zich met de meer soulvolle kant bezig houden, dus ik hoop dat ik er mede voor kan zorgen dat de stijl interessant blijft en zich blijft verdiepen.”

Pirate Bay

Met zijn artiestennaam Netsky verwijst Boris naar een hardnekkig computer virus van dezelfde naam. Hiermee impliceert hij dat piraterij van zijn muziek niet gewaardeerd wordt. “Nee, niet echt. Ik vond het dan ook heel jammer dat mijn album uitlekte. De dag nadat mijn album was afgerond stonden er al tracks op het internet, ruim twee maanden voor de release. Dat was de eerste keer dat ik er echt mee in aanraking kwam. Dat voelt toch wel vreemd, want je werkt heel lang aan een album en als ie dan af is voelt het toch een beetje als je kindje. Als de laatste track dan afgemixed is wil je eigenlijk gewoon even een moment van rust hebben, zodat je rustig toe kan leven naar de release van je album. Maar toen werd ik een dag later gebeld dat mijn album online stond. Ik heb toen snel nog maar twee exclusieve nummers erbij gemaakt, waaronder een nummer dat ik Pirate Bay heb genoemd, als verwijzing naar de site waarop mijn album stond. Maar uiteindelijk is het zelfs nog wel goede promotie geweest voor mijn album en heb ik er zelf niet echt veel hinder van ondervonden, dus ja. Maar het is gewoon zonde.”

Toekomst

Het afgelopen jaar is Boris als een komeet omhoog geschoten. Heeft hij nog genoeg dromen over om het nog even vol te houden? “Een jaar geleden was mijn grootste droom om bij Hospital Records te geraken. Als dat zou lukken zou alles al goed zijn, dan was ik klaar. En kijk waar ik nu ben. Ik wil nu niet te ver naar de toekomst kijken, maar meer naar volgende stappen die ik wil zetten. Ik denk dat de eerstvolgende stap voor mij zal zijn om een live-set neer te gaan zetten. Dat heeft toch een meerwaarde, vooral op festivals. De enige manier om als producer nog te groeien, denk ik, is om liveshows te gaan geven. Ook samen werken met grote artiesten buiten de drum & bass, zoals in hiphop lijkt me fantastisch. Ik wil in ieder geval proberen een frisse kijk op zaken te houden en een open mind te houden. Op die manier kun je het ook voor jezelf interessant blijven houden.” Wat muziek betreft kunnen we dus nog genoeg van Boris verwachten, maar een organiserende rol laat nog even op zich wachten. “Het zelf organiseren van feesten of het starten van een label zit zeker in mijn achterhoofd, maar ik wil eerst mijn drie albums maken bij mijn label. Ik wil me eerst richten op het alles uit mijn eigen muziek halen en kijken wat ik allemaal wil doen en wat mijn mogelijkheden zijn voordat ik me richt op een eigen label.” We kunnen voorlopig dus nog genoeg soulvolle drum & bass verwachten vanuit Edegem.

(geschreven voor Gonzo (Circus))

dinsdag 12 oktober 2010

Animal Spirits -utopische visies op 'free culture movement'

Twee recensies:

Matteo Pasquinelli - "Animal Spirits. A Bestiary of the Commons"



In de media wordt digitale cultuur vaak beschreven als aan de ene kant een valkuil voor de gevestigde cultuurindustrie en aan de andere kant een open tentoonstellingsruimte voor creatievelingen, waar iedereen zijn of haar creatieve output kwijt kan zonder last te hebben van de beperkingen die de kapitalistische maatschappij oplegt. In deze visie, waarin het 'digitale' steeds meer wordt gezien als een soort messias die cultuur kan helpen ontsnappen aan de ketenen van de (kapitalistische) industrie, is het goed om zo af en toe eens een nauwgezetter blik te werpen op de gang van zaken. In zijn boek Animal Spirits. A Bestiary of the Commons (NAi Publishers, Institute of Network Cultures, december 2008) is dit precies wat de Italiaanse wetenschapper, onderzoeker en schrijver Matteo Pasquinelli doet.

De titel is in eerste instantie enigszins misleidend, maar dit boek gaat toch echt over digitale cultuur en netwerken. Pasquinelli wil aantonen dat het beeld van een eventuele digitale democratisering van de gemeenschappelijke kunst en cultuur een stuk utopischer is dan over het algemeen wordt voorgeschoteld. Goede bedoelingen zoals de Free Software en Open Source bewegingen en initiatieven als Creative Commons blijken in de praktijk altijd op een of andere manier ingebed in bestaande machtsstructuren. Deze structuren, die in de werkelijke, materiële en  producerende wereld bestaan en niet enkel in de immateriële, digitale wereld, worden vaak over het hoofd gezien bij al te optimistische beschouwingen over de kracht van 'gratis' online informatie. Om meer helderheid hierover te verkrijgen, stelt Pasquinelli een dierlijk schema voor bestaande uit de parasiet van de gemeenschappelijke cultuur, de hydra van herwaardering van creatieve stadsdelen en van en de dubbelhoofdige adelaar van verlangen en macht, die het onbewuste aanstuurt.




De idee van de parasiet ontleent Pasquinelli aan de Fransman Michel Serres en zijn boek Le Parasite. Een parasiet kan (lange tijd) ongezien energie van zijn gastheer opnemen en daar zijn eigen voordeel mee doen. In de cultuurindustrie vinden we bedrijven die op een bepaalde manier parasiteren op de digitale wereld. Dit gebeurt ook in gevallen van Free Software, waar IBM bijvoorbeeld veel gratis software aanbiedt, waarmee ze uiteindelijk meer hardware probeert te verkopen. Ook het loskoppelen digitale cultuur van geldende machtsnormen lukt vaak niet volledig. Bij Creative Commons bijvoorbeeld draait het om versoepelen van auteurs- en gebruiksrechten, maar om dit in goede orde te laten verlopen is uiteindelijk toch het gevestigde justitiële gezag nodig. De hydra van herwaardering van de stad (gentrification) sluit hier op aan. Pasquinelli noemt als voorbeelden Barcelona en Berlijn, waar in delen van de stad de waarde van onroerend goed sterk is gestegen door veel creatieve inzet. Denk hierbij aan oude verlaten panden die door krakers worden omgedoopt tot kunst- en cultuurcentra, waardoor een deel van een stad weer een positief imago kan krijgen. Pasquinelli geeft aan dat onroerend goed handelaren hier steeds handiger op inspringen en zelfs de creatieve kraakcultuur 'onzichtbaar' stimuleren, zodat er later weer goed geld kan worden verdiend. Het derde beeld dat Pasquinelli schetst is de dubbelhoofdige adelaar van verlangen en macht, waarbij hij met name oorlog en (internet)porno aanhaalt. Indien gevraagd zullen we antwoorden dat oorlog en porno ons afstoten, maar in ons collectief onbewuste zijn dit juist beelden die een bepaalde aantrekkingskracht uitoefenen en een verlangen herbergen, waardoor er middels deze beelden macht over de collectieve onderbuik uitgeoefend kan worden.

Met bovenstaande 'animal spirits' wil Pasquinelli een map uittekenen die zal leiden tot het in acht nemen van dierlijke politieke instincten op het gebied van kunst, cultuur en de bijbehorende industrie. Dit wil zeggen dat er rekening moet worden gehouden met levende en producerende krachten die buiten het eerste blikveld liggen, maar wel daadwerkelijk invloed uitoefenen op processen. Pasquinelli maakt gebruik van een indrukwekkend aantal filosofen en theoretici die zich met mediatheorie hebben bezig gehouden (o.a. Virno, Agamben, Deleuze, Adorno, Serres, Benjamin) en maakt zeker veel goede punten. Hier en daar worden zijn stellingnames echter niet even ver doorgevoerd en uitgelegd, waardoor er af en toe wat onduidelijkheid blijft bestaan. Dat het boek bestaat uit verschillende essays die voor deze uitgave zijn samengevoegd, werkt ook niet altijd even bevorderlijk. Ondanks het enigszins academische taalgebruik is Pasquinelli er echter in geslaagd om een interessant en provocatief boek te schrijven dat een genuanceerder beeld schetst van de utopische visies op digitale cultuur.



"Open" - 'Een precair bestaan. Kwetsbaarheid in het publieke domein'



Een uitgave van Open, een cahier over kunst en het publieke domein, die mooi aansluit bij bovenstaand genoemd werk van Pasquinelli is Een precair bestaan. Kwetsbaarheid in het publieke domein (NAi Uitgevers, SKOR, 2009/Nr.17). Deze uitgave bestaat uit een aantal essays en polemieken over 'precariteit', wat verwijst naar de relatie tussen tijdelijke en flexibele werkplekken en een bestaan zonder zekerheid. We vinden onder andere een artikel van Pasquinelli over de al bovengenoemde gentrificatie processen en het belang van kunstruïnes in een stad. Pascal Gielen heeft een essay geschreven over hoe scenes in de kunstwereld vormen van een vertrouwd knooppunt in een mondiaal netwerk zijn.

In een interview met Paolo Virno (op wiens werk Pasquinelli veel voortborduurt) vertelt de Italiaan dat voor hem de idee van virtuositeit als model voor de postfordistische wereld kan worden gezien. Dit wil zeggen dat de vorm van arbeid veelzeggender is dan het uiteindelijke product. Voor Virno is taal de ultieme uiting van virtuositeit, omdat er geen sprake is van een onafhankelijk achterblijvend werk. Naast nog enkele artikelen van onder meer Ned Rossiter en Brett Neilson staan er een aantal fotoseries en krantenknipsels in het erg mooi vormgegeven boekwerk, dat ook online te bekijken is. In de papieren versie zit een bijlage over het Spaanse architectenbureau Recetas Urbanas, dat zich toelegt op stedelijke interventies, om zo door middel van architectonische en kunstzinnige oplossingen de publieke ruimte te herwinnen voor de inwoners van de stad. Deze interventies balanceren regelmatig op een dunne scheidslijn tussen wat legaal en illegaal is. Politiek in de praktijk gebracht.


(Geschreven voor Gonzo (circus))