Posts tonen met het label live recensie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label live recensie. Alle posts tonen

zaterdag 31 maart 2012

Live review: Chimaira komt kracht tekort in de Melkweg

Vrijdagavond 30 maart stond de Oude Zaal van de Melkweg in het teken van metal. De Amerikaanse giganten van Chimaira stonden sinds lange tijd weer eens in Nederland op de planken, dit keer met Re-Armed in het voorprogramma.

De Finnen van Re-Armed spelen een soort variant op de bekende Gothenburg metalIn de Melkweg kwam hun muziek bij vlagen goed over, maar over het algemeen wisten ze niet een erg goede indruk achter te laten. Deels kwam dit doordat het geluid niet helemaal lekker was afgesteld, maar de vreemde podiumpresentatie was er ook zeker debet aan. Alle bandleden waren gekleed in een soort oorlogsoutfit uit de Eerste Wereld Oorlog en daarbij nog geschminkt ook, waardoor de muziek meer over kwam als een soort loopgravenmetal.

Op een gegeven moment liepen er twee mannen in witte pakken rond te banjeren, inclusief gasmasker, alsof er een mosterdgas-bom was ontploft. Wat ze nu precies deden, behalve de bandleden afleiden, werd mij niet geheel duidelijk. Een pluim voor de drummer, die stevig op zijn kit liep te hengsten, maar verder was de show van Re-Armed niet echt de moeite waard.

Het was dus hopen op een vette show van Chimaira. Helaas kwam deze hoop niet helemaal uit deze avond. Een band als Chimaira moet eigenlijk gelijk vanaf het begin beukend door de zaal klinken, maar de eerste paar nummers was het geluid verre van perfect. Dit werd gelukkig wel snel beter, alleen viel het op dat zanger Mark Hunter niet goed bij stem was. Tijdens eerdere shows duurde het wel vaker een paar nummers voordat hij alle screams goed wist te pakken, maar deze keer lukte het bij slechts een aantal nummers.

Zo werd ‘Nothing Remains’, dat al als derde nummer werd gespeeld, niet met de gebruikelijke bruutheid gebracht. Gelukkig waren de overige bandleden wel zeer strak en speelden ze de nummers zeer goed. Ondanks dat er naast Mark Hunter in deze touring line-up geen originele bandleden meer zitten (gitarist Rob Arnold had geen zin om te touren), werd de muziek zeer vet gespeeld.

Op een aantal momenten was de magie ook zeker wel aanwezig, vooral als de toetsenist met een lage grunt Hunter te hulp kwam. Maar van een band als Chimaira en een zanger als Mark Hunter mag toch wat meer verwacht worden. Een ruime voldoende krijgt deze show wel, maar Chimaira kwam kracht te kort voor een pluim of stempel.

donderdag 12 januari 2012

A Winged Victory for the Sullen krijgt Paradiso muisstil

A Winged Victory for the Sullen

+ Sleepingdog

Paradiso, Amsterdam
10-01-2012


Afgelopen dinsdagavond stond er een interessante act op het programma in de kleine zaal van Paradiso: A Winged Victory For The Sullen. Dit project van Dustin O’Halloran en Adam Wiltzie (Stars Of Lid) behelst een samenspel waarbinnen de mooiste elementen van ambient en klassiek tot elkaar komen.

Het voorprogramma deze avond is op zichzelf staand al de moeite waard om naar Paradiso te komen op deze druilerige dinsdagavond: Sleepingdog. Dit is één van de vele projecten van de Nederlandse Chantal Acda (die voornamelijk vanuit België opereert). Naast Sleepingdog speelt ze ook nog onder de naam Chacda en samen met Craig Ward vormt ze het duo True Bypass.

Sleepingdog staat, zoals eigenlijk al het werk van Acda, voor prachtige en ingetogen muziek. In deze formatie wordt ze bijgestaan door niemand minder dan Adam Wiltzie zelf, met wie ze samen het album With Our Heads in the Clouds and Our Hearts in the Fields heeft opgenomen. Sowieso is er aan grote namen geen gebrek op deze plaat, want Hildur Guðnadóttir neemt het cello-werk voor haar rekening.

Deze avond in Paradiso staat Acda (gitaar, piano en zang) samen met Wiltzie (gitaar) op het podium en worden ze op percussie ondersteund door Tom Lezaire. Wiltzie speelt gitaar, maar verwacht geen akkoorden of riffs van deze man, die bekend staat om het creëren van geluidslagen die zowel prachtig als beklemmend zijn. Ook in Sleepingdog vervult hij deze rol, maar de nadruk ligt op de pracht en met mooie open onderlagen vormt hij een sterke basis van de liedjes. Deze worden overigens schitterend ingekleurd door Acda, die met haar enigszins hoge en breekbare stem de luisteraars hypnotiseert.



(live in Eindhoven, 24 mei 2011, gefilmd door kkpgijsbers)


Het lichte akoestische gitaar- en pianospel en de gedetailleerde percussie maken de muziek af en wat bijna niemand voor mogelijk houdt gebeurt: Paradiso is stil, muisstil. Acda grapt dat ze dit heuglijke feit op haar Facebook zal gaan zetten: “Hollanders kunnen toch stil zijn.” Waarop ze, als bijna niemand in de zaal reageert, volgt met: “Iets te stil zelfs misschien…” Maar ze kan het haar publiek niet kwalijk nemen dat het niet uitbundig reageert op haar (nochtans leuke) kwinkslagen, want de mensen zijn betoverd door de wonderschone liedjes. Als de betovering uiteindelijk na het laatste nummer verbroken is, krijgt Sleepingdog een geweldig en verdiend applaus. Graag een snel vervolg.

Men zou bijna vergeten dat er nog iets op het programma staat deze avond, maar hoofdact A Winged Victory For The Sullen moet nog komen. Het album dat ze enkele maanden geleden hebben uitgebracht, simpelweg A Winged Victory For The Sullen getiteld, staat vol met drie kwartier auditieve schoonheid aan instrumentale muziek die het midden houdt tussen klassiek en ambient.

De twee vrienden hebben elkaar op een geweldige manier gevonden in deze samenwerking, die mede tot stand is gekomen door hun gedeelde rouw om het verlies van Mark Linkous (de man achter Sparklehorse pleegde in 2010 zelfmoord), met wie beide heren goed bevriend waren. Of de plaat een requiem is of een hoopvolle opening naar de toekomst durf ik niet te zeggen, maar de muziek weet je als luisteraar mee te nemen naar dromerige werelden en raakt je tegelijk in je fundament.

Rond half negen komt Adam Wiltzie terug op het podium, ditmaal met kameraad Dustin O’Halloran, twee violisten en een celliste. Dat de klassiek aandoende stukken live gespeeld gaan worden door een mini-orkest is natuurlijk geweldig, want dit geeft een stuk meer dynamiek dan als er slechts een tape wordt meegespeeld. Met O’Halloran links op het podium op piano, Wiltzie rechts op gitaar en de drie dames in het midden is het publiek deze avond getuige van een mooi samenwerkingsschouwspel tussen rasmuzikanten.



(Gefilmd door bubbagstring)


De muziek staat in feite natuurlijk al, maar met regelmaat zie je de muzikanten elkaar op het podium sturen, corrigeren en aanmoedigen. Hierdoor is het optreden niet alleen interessant voor de oren, maar kun je ook je ogen de kost geven. Helemaal omdat sommige nummers ook nog ondersteund worden door intrigerende visuals op een groot scherm. Maar toch blijft de muziek vanzelfsprekend de hoofdmoot. Het pianospel van O’Halloran is dan weer mooi, dan weer onheilspellend. Wiltzie creëert fijne lagen geluid die de nummers samen met het aardse cello-geluid een plek geven in het hier en nu, wat bijna ook wel nodig is met het hemelse vioolspel dat zorgt voor een meer ruimtelijke ervaring.



(Gefilmd door bubbagstring)


Sommige nummers zijn kort (te kort!), andere weer wat langer, maar het publiek weet zich wederom muisstil te houden. Hier staan (en aan de zijkant zitten) mensen die puur voor de muziek komen en de muzikanten het respect betuigen dat ze verdienen. Het helpt natuurlijk dat de muziek, meer zelfs nog dan op plaat, de luisteraar in vervoering brengt. Daarnaast is het moeilijk om de ogen af te houden van het geweldige samenspel tussen de drie dames en de twee mannen op het podium. De kleine knikjes, de lichaamsbewegingen, de sturende ogen -ze dragen bij aan een fantastische ervaring, hier in de kleine zaal van Paradiso, op een druilerige dinsdagavond. En dan te bedenken dat er nog steeds mensen bestaan die een avond tv kijken op de bank verkiezen boven een Erlebnis als deze…

(Geschreven voor Jimmy Alter)

dinsdag 13 december 2011

Thurston Moore creëert bijzondere momenten in De Duif

Thurston Moore

+ Head of Wantastiquet

De Duif, Amsterdam
12-12-2011


Rolling Stone plaatste hem op nummer 34 in de top 100 beste gitaristen aller tijden. Niet zozeer voor zijn technische spel als wel voor zijn kwaliteit om virtuoze geluidsstructuren te creëren. Ik heb het hier over Thurston Moore, gitarist/zanger van de legendarische altnoiserockers Sonic Youth, de band die Kurt Cobain inspireerde Nirvana op te richten. Moore stond afgelopen maandag met zijn solo muziek in de Amsterdamse kerk De Duif. Een mooie gelegenheid om eens polshoogte te nemen.

De Paradiso heeft al een aantal jaar een samenwerkingsverband met de Amsterdamse kerk De Duif. Hier worden vaker (pop)concerten gehouden in de fantastische neoclassicistische sfeer van de kerk die in 1796 gebouwd is. Deze avond staat Thurston Moore op het programma, de toch wel legendarische gitarist van de al even legendarische band Sonic Youth. Vanavond is hij echter solo, hoewel omgeven door een voltallige band. Als voorprogramma heeft hij deze tour Head of Wantastiquet meegenomen.

Er is veel ouder volk deze avond, maar toch ook genoeg twintigers die geinteresseerd zijn in het solo werk van Moore. De Duif staat vol met zitplaatsen, wat zorgt voor een intieme setting. Rond acht uur verschijnt Paul Labrecque op het podium, de man achter het project Head of Wantastiquet, met een prachtige electrische gitaar. Samen met een harpiste en een semi-akoestische gitarist begint hij aan het opbouwen van wat een mooie soundscape blijkt te zijn.

Er wordt slechts een nummer gespeeld, met een langzame opbouw. Na een minuut of tien wordt er pas percussie toegevoegd aan het geluid dat geweven wordt door de harp, de twee gitaren en af en toe een hoge, woordenloze zanglijn van Labrecque. Weer vijf minuten later voegt een violiste zich toe bij het geheel en ondertussen is de muziek bijna ongemerkt steeds voller geworden, steeds verder ingekleurd met details en herhalende mantra’s. Dan opeens is het voorbij, na een klein half uurtje. Meer krijgen we niet en Labrecque en de rest van de band lopen onder verdiend applaus het podium af.

De Duif is ondertussen zeer goed gevuld, hoewel het concert niet uitverkocht is. Toch zijn vrijwel alle stoelen bezet en staan er zelfs mensen langs de zijkanten en de achterkant. Even na negenen komt Thurston Moore dan het podium op, geflankeerd door dezelfde band die eerder Paul Labrecque begeleidde. Moore komt relaxed over en zet gelijk de toon voor de avond als hij commentaar geeft op zijn microfoonstandaard, terwijl hij deze repareert: “Als dit een computer was geweest, dan zou dit een lange avond worden...”


door MegaStormx


Voordat hij overgaat tot het eerste nummer ‘Queen Bee and her Pals’, draagt hij het uitgebreid op aan de inmiddels overleden beat-dichter Allen Ginsberg en en passant ook nog aan diens collega-vrienden Gregory Corso en William Burroughs, “who have always disputed the tyrants and have always considered themselves pariahs”. Het publiek luistert stil en lacht op de momenten van de grapjes -dit belooft een mooie avond te worden. De Duif is er ook een ideale locatie voor en de akoestiek blijkt perfect te zijn.

De tweede track die gespeeld wordt is ‘Psychic Hearts’ van het gelijknamige album uit 1995. Live verwordt dit nummer tot een Sonic Youth-achtig luisterspel, met een excentrieke vreemdheid die psychedelisch Brits klinkt, maar tegelijk ook doet denken aan het werk van the Fugs (waar Ginsberg ook aan gelieerd was). Een harp is wellicht niet het eerste instrument waarbij men moet denken bij noisy gitaarmuziek, maar vanavond laat deze harpiste zien wat het instrument allemaal nog meer vermag dan slechts engelen begeleiden.

Moore speelt geweldig en wordt ook fantastisch ondersteund door de rest van de band, die de muziek weet te laten leven. De Sonic Youth-achtige nummers nemen het publiek mee, weg vanuit de neoclassicistische stijl mee de Factory in, mee naar de wonderlijke wereld van Warhol. Dit laatste kan ook komen door het nonchalante haar en dito oogopslag van Moore, die soms wel iets van hem weg lijkt te hebben. De noisy muziek klinkt krachtig en er klinkt een zekere noodzaak in door, alsof eenzaamheid of gekte de maker op de hielen zit en het spelen van muziek de enige manier van verlossing is.

Het tweede deel van de show is meer ingetogen en de nadruk ligt meer op de nummers van het dit jaar verschenen solo-album Demolished Thoughts. Tijdens deze rustigere nummers hangt er soms een zweem van een Lou Reed of een David Bowie rondom Moore, die met zowel zijn spel als zijn performance laat blijken een groot muzikant en markante persoonlijkheid te zijn. Ondertussen zorgen de viool, tweede gitaar en percussie voor een warme kleur in de klanken.

Het spel van de harpiste is werkelijk wonderlijk te noemen. Het is geweldig om haar handen, vooral tijdens de snelle chaotische stukken die nog steeds af en toe opduiken, over de snaren te zien vliegen. Alsof ze middels haar harp op onnavolgbare wijze een web van lagen muziek fabriceert, een web dat de luisteraar omzwachtelt met een vredig gevoel. Een web waarin de luisteraar met geen mogelijkheid uit kan ontsnappen, maar dat ook totaal niet zou willen.


door arjenn


Ondertussen zingt Moore “I found a diamant in the gutter”, waarmee hij zijn eigen persoonlijkheid lijkt te reflecteren. Op momenten doet Moore denken aan Tom Waits, alleen dan in een versie die rustelozer is, psychedelischer en meer urbaan, industrieel wellicht. Dan een mooi moment: Moore ziet een jongen naast en onder het podium verdwijnen (richting de wc’s). Hij vraagt aan het publiek of het geen geweldige concertervaring zou zijn als je naar de wc gaat en vervolgens de hele band van het podium stapt en je achterna komt. Na een korte aarzeling kijkt hij de rest van de band aan zegt: “C’mon, let’s do it!” Zo gezegd zo gedaan en de hele band verdwijnt richting de wc’s. De jongen zal het hoogstwaarschijnlijk inderdaad nooit meer vergeten...

Het nieuwere en rustigere werk van Moore wordt sterk gespeeld, maar toch blijft het gevoel kleven dat hij nog sterker is op de heftigere momenten, waarbij het gevoel van vervreemding dieper aankomt bij het publiek dan de pracht van de meer ingetogen nummers. Twee maal draagt Moore poëzie voor tussen de nummers door, wat de toch al dynamische avond nog meer cachet geeft. “Rock n roll / poetry / and the girls lost in it”

De reguliere set eindigt met ‘Blood Never Lies’, waarna het gezelschap onder daverend applaus en donderend voetgeroffel van het podium verdwijnt. Natuurlijk is er een toegift, waarin Moore zelfs zijn jasje uit doet. In een tweede toegift gooit hij ook nog zijn stropdas weg, om vervolgens samen met de andere muzikanten een denderende en gewelddadige climax neer te zetten. Noisy, onaards en tegelijk een geluid dat iedereen doet beseffen dat ie hier en nu bestaat. Na anderhalf uur stopt de muziek dan daadwerkelijk, het publiek in de Duif achterlatend met een grote glimlach, beseffende dat ze getuige zijn geweest van iets bijzonders.

Geschreven voor Jimmy Alter

dinsdag 21 juni 2011

Recensie: Bombay Bicycle Club live in de Melkweg

Bombay Bicycle Club, Melkweg, 19 juni 2011

De jonge Engelse band Bombay Bicycle Club heeft zichzelf sinds 2009 in korte tijd op de indie kaart weten te zetten. Met alweer twee albums onder de arm en een derde dat later dit jaar uitkomt, onderscheiden de vier heren uit Londen zich als een zeer productieve band. Afgelopen zondag speelde de band in een goed gevulde oude zaal van de Melkweg.

Nieuw materiaal
Voorprogramma Flashguns zet een goede show neer en kan het publiek zeer bekoren. Het jonge drietal maakt interessante muziek dat het midden houdt tussen indie en seventies psychedelica en weet daarmee de aandacht van de toeschouwers vast te houden. Leuke band en zeker de moeite waard om in de gaten te houden. Als Bombay Bicycle Club (BBC) rond half tien het podium betreedt en hun set opent met 'Magnet' blijkt dat de band nog steeds een enthousiaste aanhang heeft in ons landje. De jonge Engelsen staan af en toe wat onwennig op het podium, maar ze lijken erg te genieten van het feit dat ze daar toch maar mooi staan. Deze show staat in het teken van het uitproberen van nieuw materiaal van het aankomende album en de nieuwe nummers lijken goed aan te slaan bij het publiek. Echt uitzinnig worden de mensen nog niet, maar het daverende applaus na ieder nummer toont de waardering.

Enthousiaste gedrevenheid
Tijdens enkele nummers merk je dat de band nog niet alles helemaal onder de knie heeft, want hier en daar laat het viertal (live aangevuld met een toetsenist en zangeres/percussioniste) wat steekjes vallen. Storend wordt dit echter niet, omdat de Engelsen dit met een aanstekelijke en enthousiaste gedrevenheid oppakken. De extra toetsen en zangeres vormen een mooie toevoeging aan het geheel en geven enkele nummers net dat beetje extra dat je live graag zou willen horen. Op bepaalde momenten gaan de heren heerlijk op in hun eigen nummers, wat prachtig is om te zien. Dit gaat helaas wel een beetje ten koste van het contact met het publiek, waar BBC ondanks hun successen van de afgelopen jaren nog steeds een beetje onzeker in lijken.



A Different Kind of Fix

De fans kunnen er echter niet om malen en worden ondertussen steeds losser. Als tegen het einde het sterke nieuwe nummer 'How Can You Swallow So Much Sleep' wordt opgevolgd door klassieker 'Always Like This' is er even geen betere plek om te zijn dan hier in de Melkweg. Na een welverdiend applaus komt BBC nog terug om met nieuwe track 'Beggars' en oude favoriet 'What If' af te sluiten. Een heerlijke zondagavond die doet uitzien naar de release van de nieuwe plaat A Different Kind of Fix, die eind augustus uitgebracht wordt.