Posts tonen met het label metal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label metal. Alle posts tonen

maandag 15 oktober 2018

Interview met Imperial Triumphant

Observaties van het stedelijk kwaad

Waanzin gebeiteld in realisme. Imperial Triumphant uit New York City windt er geen doekjes om. Met hun steeds verder verfijnde duistere metal stompen ze steeds harder diep in de tere ziel. Vervlochten met de stedelijke omgeving zoeken zij de grenzen op van wat de luisteraar kan verdragen.


Ongemak, angst en aantrekkingskracht. Zomaar drie gevoelens die tegelijkertijd naar boven komen bij de eerste malen luisteren van het werk van de Amerikaanse band Imperial Triumphant. Waar hun oudere werk nog redelijk in het straatje van de wat meer geijkte black metal kan worden geplaatst, verzette de band alle piketpaaltjes met hun Abyssal Gods uit 2015. Zelden zo een serie onverwachte klappen tegen het smoelwerk gehad als bij het beluisteren van deze langspeler. In 2016 kwam er alweer nieuw werk uit: de ep Inceste, alwaar de wegen alweer nog maar ondoorgrondelijker werden. Aangezien de band nog geen optreden in Europa heeft gedaan (edit: de band speelt op Roadburn 2019), vonden wij het hoog tijd om eens een handreiking te doen naar de heren achter deze majestueuze malheur.



Anton Webern

Imperial Triumphant bestaat al een decennium en heeft op de verschillende metalblogs die het internet rijk is al vele hoge ogen gegooid. Toch is de band, die bestaat uit zanger/gitarist Ilya Ezrin, bassist Steve Blanco en drummer Kenny Grohowski, nog niet erg bekend in deze omstreken. Dat komt allicht door de moeilijk verteerbare kost die het drietal (dat lange tijd met nog een extra bassist en drummer muziek schreef) presenteert. In de tien jaren van het bestaan hebben de heren een aardige muzikale reis erop zitten. Naast black metal komen er invloeden van free jazz, avant-garde, doom en drone voorbij. Ezrin geeft duiding: “Onze muziek heeft een behoorlijke revolutie doorgemaakt. We zijn constant op zoek naar nieuwe mogelijkheden, naar nieuwe stijlen die we kunnen opnemen. Onze muziek bestaat bij de gratie van dissonantie, van een agressieve en technische manier van spelen. Niet in de zin dat we onze vaardigheden per se willen tonen, maar we zijn wel op zoek naar steeds nieuwe uitdagingen, om de grenzen van ons kunnen op te zoeken en die dan over te gaan. We zijn nu op een punt aangekomen waar het erg goed begint te worden, waar iedereen in de band ook zijn eigen onmisbare bijdrage aanlevert.” Die bijdrage wordt geleverd door muzikanten die allen zeer onderlegd zijn in het componeren van muziek. Ezrin heeft een diploma van de California Music Academy en allen zijn professioneel jazzmuzikant geweest. Dit zorgt ervoor dat de band bij het schrijven erg gericht is op structuren en hoe de muziek overkomt bij de luisteraar. Blanco geeft aan dat de brede muzikale ontwikkeling van de bandleden een groot voordeel is bij het schrijven van en nadenken over de muziek. “Het interessante aan onze band is dat alle bandleden erg onderwezen zijn in, en fan zijn van, de muziek die we aanhalen. Als iemand van ons bijvoorbeeld een componist als Anton Webern aanhaalt, weet iedereen gelijk wat er bedoeld wordt. Dat zorgt voor een zekere cohesie, waarbij we altijd ook het totaalplaatje voor ogen hebben. We richten ons niet zozeer op wat de individuele bandleden spelen, maar meer op het grotere sonische landschap.”



Metropolis

Dat landschap is er voornamelijk eentje in de urbane setting. Niet alleen het album Abyssal Gods, met het angstaanjagende artwork van Andrew Tremblay die op verzoek van de band een ‘monsterlijke stad’ tekende, maar het hele oeuvre staat zo’n beetje in het teken van de ontbindende kenmerken van de stad, en New York in het bijzonder. “Imperial Triumphant is geïnspireerd door de stad, door de urbane omgeving. Als ik New York in een woord zou moeten omschrijven zou dat ‘zwaar’ zijn. Soms is het de mooiste plek ter wereld, maar vaker is het een verstikkende plek.” We halen Léopold Lambert aan, die met zijn tijdschrift en blog The Funambulist filosofeert middels architectuur. In de stad, met zijn wolkenkrabbers en sloppenwijken, speelt het ruimtelijke (of een gebrek daaraan) een grote rol in heersende machtsstructuren. Ezrin en Blanco geven aan daar aandacht aan te besteden in hun werk en halen als voorbeeld de film Metropolis (Fritz Lang, 1927) aan. “New York, en vooral Manhattan, is een verticale stad, waar het geld hoog uittorent boven de armoede, die op straat of zelfs daaronder te vinden is. Het is een beetje zoals in Metropolis. De top van de gebouwen vormen de kwaadaardige kroon van de stad, daar waar het bedrog huist. Die film is een mooie verbeelding van hoe de stedelijke maatschappij is gestructureerd, hoe middelen zijn verdeeld.”
De band heeft in het verleden aangegeven een alternatief te willen bieden voor Satan, voor wie de mensen tegenwoordig in feite toch geen angst meer hebben. Ezrin ziet in de realiteit van de stad een andere bron van het kwaad. "New York is een stad waar enkele van de meest kwaadaardige zaken plaatsvinden en dan bedoel ik niet zoiets als duivelsaanbidding, maar het echte kwaad dat in de realiteit genesteld zit. Verschrikkingen die in deze stad gebeuren vinden niet plaats in een sprookje, maar in de horror van het werkelijke leven. Dat is de invalshoek die we gebruiken met onze muziek -het gebruiken van realisme als middel om horror te presenteren.” Een voorbeeld van wat Ezrin bedoelt is te zien in de videoclip bij het nummer ‘Crushing the Idol’. “Ik groeide op in een wereld van deftige privé-scholen, waarvan de buitenwereld alleen de glans ziet. Maar in werkelijkheid is iedereen verwilderd en zedenloos. Die shit die je in de video ziet, dat gebeurt de hele tijd in New York. Kinderen van een jaar of negentien die prostituees bestellen op een vrijdagavond, gewoon omdat het kan. En het gaat altijd ongestraft, want zo zijn de wetten van de wereld. Veel mensen waren onthutst na het zien van de video, omdat je personages ziet aan wie je een oprechte hekel hebt, maar die nooit hun verdiende loon krijgen. Wat dat betreft is het een spiegel van de realiteit.”



Rites of Spring

De horror van de realiteit. Of het besef daarvan. Het beluisteren van de muziek van de heren is alleszins een confrontatie. De eerste malen moesten we even doorbijten bij het aanhoren ervan. Een proactieve benadering was nodig om te achterhalen waarom Imperial Triumphant aanvankelijk tegelijk naar en intrigerend is. Maar de aanhouder wint en stapt een wereld binnen die verwondert en verslavend werkt. Blanco herkent dit in een eigen ervaring. “Wat je daar beschrijft is precies waar we naar op zoek zijn, in zekere zin. Ik herinner me een plaat van mijn vader, die een grote rol heeft gespeeld in mijn jeugd. Het was Rites of Spring van Igor Stravinsky. De eerste keer dat ik dat opzette was ik een klein kind en ik schrok me wezenloos... maar tegelijk kon ik het niet afzetten, ik moest er naar blijven luisteren. Ik was er door aangetrokken, recht door de angst heen, en de muziek werd een obsessie voor me en zodanig een blauwdruk voor hoe ik met muziek om ben blijven gaan. Als mensen dat hebben met ons werk, dat ze op die manier een verbinding ermee hebben, dan is dat voor mij een succes.” Het beeld van Herman Hesse en Abraxas doemt op: wie geboren wil worden, moet eerst een wereld vernietigen. “Voordat je kunt groeien, moet je je eerst ongemakkelijk voelen,” vult Ezrin aan. Wat dat betreft is de luisteraar bij Imperial Triumphant aan het goede adres. Hoewel er ook gelachen kan worden met de heren, zo blijkt als Blanco moeiteloos een opsomming geeft van steden in Nederland, Ezrin in vrolijke verbazing brengende. “Ik heb een paar jaar in Amsterdam gewoond, vandaar.”


(Auteur: Niels Tubbing. Oorspronkelijk verschenen in Gonzo (circus) #139)

woensdag 12 maart 2014

Roadburn 2014 Warm Up - Part 1: YAMA


It is only four more weeks until the Elysian Fields of stoner, psychedelic, doom and other related genres will be upon us once more. That's right, I am talking about the Roadburn Festival 2014, taking place of course again in lovely ol' Tilburg in the south of Holland. Those who don't know what this festival is about are either on the wrong side of the musical spectrum or have been smoking so much they cannot see further than their front door. Those who know about the festival either long have a ticket or are bummed out about not having one since the festival is once more sold out. The next few weeks I will be paying attention to the festival and everything it stands for. Mostly as a nice warm up for myself to increase the anticipatory feelings, but also as a small and humble hommage to the festival and the music it advocates.

Yama to play Roadburn
I want to to start off this series by focusing on a Dutch band that will be playing this year's festival. Hailing from Tilburg and making ferociously intense Roadburn music it was only a matter of time before they would appear on the festival's poster. Needless to say I was very stoked to find out a couple of weeks ago that YAMA were to play at Roadburn 2014, I believe on the Saturday at newly added location Cul de Sac. That feels like more than justice, because not only does Yama do a great job promoting both the festival and the city with their smashing music, but also by being great and hospitable guys. Last year I had the honour of doing an interview with the entire band at Roadburn 2013, where they were present simply as attendees and music lovers. I tried to combine that interview with some new insights into the article here below.

Yama - Seaquake EP
Homeland
Yama has been playing together in the current formation for about two and a half years. In that period there has been a slight evolution in their music. "We used to play a bit more stoner than we do now actually, when it was just Alex and Sjoerd playing together. Later Peter joined and when Joep was added as our drummer we felt complete. From then on Yama as it is now really took shape. We also got more serious about our music when we had become a four piece. It helped that people immediately responded to our music as well." Coming not only from Roadburn-city Tilburg, but also having the south(east) of Holland as home country, meant there was a huge potential of both fans of the stoner, metal and heavy rock genre as well as a lot of bands who played music along similar veins. "We've always had good support from Tilburg and basically the whole of Brabant. There are likeminded bands as Sungrazer and The Machine, although their music does definitely differ from ours. We have more of a focus on grunge elements, reminiscent of the nineties. Other good Dutch bands in the genre include Herder (although they are from a bit farther away), Orange Sunshine, Sons of the Patriots... It is all perhaps a bit of a niche market, but there is definitely a great scene for this kind of music. Plus here in Tilburg you have great venues such as 013 and Little Devil."

Yama - Ananta
Vedic mythology
In 2012 Yama released their first EP, called Seaquake. Although admittedly the production value could be a bit better, the enormous quality of the songs definitely makes up for that. The EP has been met with very favourable reviews and it is no surprise that the physical copies have long been sold out. Luckily, now there's new material. "We recorded our new album last year in Utrecht at Independent Recordings. It's a full length this time, and it will be released soon. It's around 40 minutes long and the sound quality is great, so we are really stoked about it!" For the title of the record Yama stayed close to their origins. Just as their band name (Yama meaning 'God of death and illusion, servant of Vishnu') the name of the record comes from Vedic mythology (related to Hindu mythology). "We've decided to call the record 'Ananta'. It basically can mean different things, but for us it stands for the thousand-headed serpent, representing the Infinity of Life." This intriguing meaning calls out for fitting artwork. Yama have found the perfect artist to help them out there. "We're good friends with Maarten Donders, who also does a lot of great artwork for Roadburn. He is also responsible for our band logo and he has made a great piece of work for our album. In the Bhagavad Gita there is a passage in which Vishnu, the supreme deity, sails across the world on the serpent. Maarten has done a wonderful job capturing that image."


Future
With an album full of quality music and majestic artwork, Yama is ready to take on the world, and to do so in a professional way. "We're kind of past the point that we will play just for a few beers and a laugh. It always depends of course who asks you to play and where the show is at, but we've definitely matured in that regard. The show needs to have some sort of relevance, whether it is for setting up a network or just because the setting of the show is great. We've done a few shows in Belgium and Germany now as well, and the people responded very enthusiastically. In Holland we've mostly played the southeast, but little by little we are conquering the rest as well! We have a great booking agency with Bidi Bookings so we will definitely have some great shows coming up. We are all committed to the band and our music and we will work hard to get our music out there."

Acid and spliffs
The hard work seems to be paying off, because the mighty Uncle Acid & the Deadbeats have asked Yama to open up for them at their shows in Amsterdam, Nijmegen and even Bochum in Germany. The future is looking bright indeed, and it is comforting to know that the lads of Yama know to combine the hard work with a little pleasure, considering their mantra: "No spliff, no riff!" Amen to that. Go check them out at one of their upcoming shows with Uncle Acid & the Deadbeats to get in the right high moods for Roadburn 2014!

Yama

---

Yama is:
Alex Schenkels - Vocals
Peter Taverne - Bass
Joep Schmitz - Drums
Sjoerd Albers - Guitar

Upcoming shows:
- March 14 - w/ Uncle Acid and the Deadbeats @ Doornroosje, Nijmegen
- March 15 - w/ Uncle Acid and the Deadbeats @ Melkweg, Amsterdam
- March 16 - w/ Uncle Acid and the Deadbeats @ Matrix, Bochum (DE)
- April 12 - Roadburn festival, Tilburg

Music: 
http://yama.bandcamp.com/music

zaterdag 31 maart 2012

Live review: Chimaira komt kracht tekort in de Melkweg

Vrijdagavond 30 maart stond de Oude Zaal van de Melkweg in het teken van metal. De Amerikaanse giganten van Chimaira stonden sinds lange tijd weer eens in Nederland op de planken, dit keer met Re-Armed in het voorprogramma.

De Finnen van Re-Armed spelen een soort variant op de bekende Gothenburg metalIn de Melkweg kwam hun muziek bij vlagen goed over, maar over het algemeen wisten ze niet een erg goede indruk achter te laten. Deels kwam dit doordat het geluid niet helemaal lekker was afgesteld, maar de vreemde podiumpresentatie was er ook zeker debet aan. Alle bandleden waren gekleed in een soort oorlogsoutfit uit de Eerste Wereld Oorlog en daarbij nog geschminkt ook, waardoor de muziek meer over kwam als een soort loopgravenmetal.

Op een gegeven moment liepen er twee mannen in witte pakken rond te banjeren, inclusief gasmasker, alsof er een mosterdgas-bom was ontploft. Wat ze nu precies deden, behalve de bandleden afleiden, werd mij niet geheel duidelijk. Een pluim voor de drummer, die stevig op zijn kit liep te hengsten, maar verder was de show van Re-Armed niet echt de moeite waard.

Het was dus hopen op een vette show van Chimaira. Helaas kwam deze hoop niet helemaal uit deze avond. Een band als Chimaira moet eigenlijk gelijk vanaf het begin beukend door de zaal klinken, maar de eerste paar nummers was het geluid verre van perfect. Dit werd gelukkig wel snel beter, alleen viel het op dat zanger Mark Hunter niet goed bij stem was. Tijdens eerdere shows duurde het wel vaker een paar nummers voordat hij alle screams goed wist te pakken, maar deze keer lukte het bij slechts een aantal nummers.

Zo werd ‘Nothing Remains’, dat al als derde nummer werd gespeeld, niet met de gebruikelijke bruutheid gebracht. Gelukkig waren de overige bandleden wel zeer strak en speelden ze de nummers zeer goed. Ondanks dat er naast Mark Hunter in deze touring line-up geen originele bandleden meer zitten (gitarist Rob Arnold had geen zin om te touren), werd de muziek zeer vet gespeeld.

Op een aantal momenten was de magie ook zeker wel aanwezig, vooral als de toetsenist met een lage grunt Hunter te hulp kwam. Maar van een band als Chimaira en een zanger als Mark Hunter mag toch wat meer verwacht worden. Een ruime voldoende krijgt deze show wel, maar Chimaira kwam kracht te kort voor een pluim of stempel.

vrijdag 23 september 2011

Album recensie: Machine Head - Unto the Locust (2011)

Het is 23 september 2011. Het is zover. De machtige metalband Machine Head brengt vandaag haar zevende studioalbum uit: Unto the Locust. De verwachting is wereldwijd erg hoog, aangezien Machine Head al jaren metal maakt van ongekend niveau. Vooral hun vorige album The Blackening werd overladen met goede kritieken en iedereen in de metalscene vraagt zich af of de heren hun eigen werk kunnen evenaren of zelfs overtreffen. Nou, ik zal alvast verklappen: dat kunnen ze. Unto the Locust is een metal meesterwerk dat de lat bijna onmogelijk hoog legt voor andere bands.

Machine Head - Unto the Locust





Tracklist

1 - "I Am Hell (Sonata in C#)" 8:25
2 - "Be Still and Know" 5:43
3 - "Locust" 7:36
4 - "This Is the End" 6:05
5 - "Darkness Within" 6:28
6 - "Pearls Before the Swine" 7:19
7 - "Who We Are" 7:11

Robb Flynn opent het album met Latijnse zang op 'I Am Hell', dat bestaat uit drie delen: I) Sangre Sani, II) I Am Hell en III) Ashes of the Sky. De intrigerende opening van Sangre Sani wordt opgevolgd door een onheilspellende drum en Flynn's "I am death / arms outstretched" en de toon lijkt gezet. De eerste twee minuten zijn vooral indringend, maar nog vrij rustig. Na ruim twee minuten knalt de track echt los en worden we getrakteerd op een potje oldschool thrash dat loeisnel voorbij knalt. De typische Machine Head solo's en melodieuze stukken zorgen ervoor dat we weten met wie we van doen hebben hier, want de band klinkt meer thrash dan ze in tijden hebben gedaan. Het nummer is gelijk ook het langste van de hele plaat en de band geeft gelijk aan wat er nog meer verwacht kan worden. Geweldige opening!

Het album vervolgt met 'Be Still and Know' dat opent met helder en ruimtelijk gitaarspel en roffelende drums die de opmaat zijn voor een melodieuze aanpak. Na een minuut wordt er eerst volop en duister ingeknald, maar een halve minuut later opent de lucht zich bij het refrein...


and the sun will rise
dawn will break through blackest nights
(...)
this shall pass, be still and know

...dat gelijk ook het nummer openbreekt. Na het refrein wordt er gelijk doorgetrokken met scherpe riffs en vocals, tot aan de volgende opening van het refrein, dat iedere keer opbeurender lijkt te klinken. Het is het kortste nummer van het album, maar het blijft lang, lang hangen.

Dan 'Locust', het nummer dat als 'single' naar voren werd geschoven deze zomer, als voorproefje. In eerste instantie was dit nummer een beetje wennen. Aan de ene kant onmiskenbaar Machine Head, maar tegelijk klinken er nieuwe dingen in door. Inmiddels is duidelijk waarom het nummer niet direct overkwam als geniaal: er gebeurt zó veel! Van de stampende en voortstuwende drums van Dave McClain, de baslijnen van Adam Duce die een fundament van heb ik jou daar neerleggen, het duale gitaargeweld van Phil Demmel en Flynn die dan weer elkaar versterken en dan weer elkaar uitdagen, een gevecht aangaan... De vocals, die duidelijk maken dat Flynn zo enorm gegroeid is als zanger in korte tijd, maken het geheel af. Intens, hard, snerpend, bruut, maar ook: melodieus, engelachtig bijna. Alles lijkt te kloppen in dit nummer, dat opgebouwd is rondom een paar tussenstukken waar het technisch vernuft vanaf springt en die zorgen voor een perfect geraamte. Als na 5 min 30 de zang er weer inkomt ontstaat er een gevoel van euforie, dat nog groter wordt rond 6 min als de intensiteit van de zang toeneemt. "Suffer unto the locust" -met alle liefde. Tering zeg.


Het midden van het album wordt gevormd door 'This is the End', dat opent met een klassieke gitaaropening dat klinkt als een requiem. Er is echter niemand gestorven, wat blijkt na een minuut als Flynn schreeuwt en de thrash-elementen binnen komen knallen: "this is now / and I don't care about last year". Machine Head is flink aanwezig in dit nummer, dat van alle nummers het meest door blijft knallen. Stevig, sterk, lekker. Alle bandleden komen volop aan bod in deze track, waar vooral McClain zich de longen uit het lijf lijkt te spelen. Goede keuze om zo midden op het album te plaatsen.

Aangekomen bij 'Darknes Within' valt er al snel te horen dat we met iets bijzonders te maken hebben. De enigszins haunting klinkende ingetogen gitaaropening plaveit de weg voor een nummer dat steeds aan intensiteit toeneemt, maar tegelijk ook steeds ruimtelijker wordt. Flynn is hier enorm op zijn plaats als zanger en vooral als tekstschrijver, met regels die gewoon perfect kloppen bij de sfeer van de muziek.


we built cathedrals to our pain
established monuments to attain
freedom from all of the scars and the sins
lest we drown in the darkness within

Na dit stuk wordt het nummer voller, begint het steeds meer vorm te krijgen. Gitaar en bas bouwen een kathedraal met McClain op de drums als het fundament dat alles bij elkaar houdt. Als het refrein terugkomt klinkt Flynn's zang als de prelude naar een catharsis...


we built cathedrals to our pain
established monuments to attain
freedom from all of the scars and the sins
lest we drown in the darkness within

...en die komt in de vorm van het fantastische gitaarspel dat volgt. 'Darkness Within' is een nummer waar zang en muziek elkaars cement zijn en het geheel op zo'n ingenieuze manier bij elkaar houden dat we hier kunnen spreken van een ware klassieker. Dit is een track die muziekliefhebbers nog lang zal heugen en daarnaast onophoudelijk inspiratie zal geven. Classic!

Na het meer melodieuze 'Darkness Within' wordt er bij 'Pearls Before the Swine' weer uit een harder vaatje getapt. In vergelijking met de rest van het album is dit nummer het meest afwijkende. De overige nummers zijn globaal ingezien in te delen in thrash of meer klassiek en melodieus, maar 'Pearls Before the Swine' zit daar eigenlijk een beetje tussenin. Toch is het onmiskenbaar een track van Machine Head, met de gitaren die zoals gebruikelijk aan het einde van een riff net dat tikje omhoog gaan, de drums die heerlijk variëren in tempo en de zang van Flynn die hier meer klinkt zoals gebruikelijk. Hoewel er na het middenstuk een deel is waar Flynn zeer helder en vrij hoog zingt, wederom een bewijs dat hij als zanger enorm gegroeid is. Eigenlijk klinkt deze track gewoon als oldschool Machine Head en dat is een aangenaam vertrouwd gevoel.

Afsluiter van Unto the Locust is de knaller 'Who We Are'. Een Pink Floyd-achtig opening met kinderstemmen die we "this is who we are / this is what I am / we have nowhere else to go / divided we will stand" horen zingen over een fanfare-drums op de achtergrond, een Spaans gitaar, strijkers en blazers. Dan knalt de drum naar de voorgrond en worden de kinderen vervangen door Flynn die uit volle overtuiging hetzelfde zingt: "this is who we are / this is what I am / we have nowhere else to go / divided we will stand". Dit is een metal-track met hardcore sentiment. Flynn heeft in een interview gezegd dat het vooral voor hemzelf geschreven is, maar tegelijk is dit een onvermijdelijke strijdkreet voor alle metalheads over de wereld. Halverwege vallen Duce en Demmel Flynn bij: "this is who we are / this is what I am / we have nowhere else to go / divided we will stand". De overtuiging groeit, helemaal als er een über-metalzanglijn voorbijkomt als "into glory we will ride!", dat dit wel eens een live-favoriet kan worden. Naast de overtuigende tekstuele impact bestaat 'Who We Are' namelijk uit een potje fenomenale riffs en drums en voortstuwende baslijnen. Een mooie afsluiter van deze onwaarschijnlijke plaat.


Machine Head heeft door de jaren heen bewezen een metalband te zijn om rekening mee te houden. Natuurlijk met hun inmiddels legendarische debuut Burn My Eyes, maar toch ook met hun vaak afgekraakte albums eind jaren negentig en begin 2000. Hun terugkeer naar de voorhoede van de metal kwam met Through the Ashes of Empires, hun geweldige plaat uit 2003. Met The Blackening creëerden de heren uit Oakland, CA een mijlpaal. Dat album kan gezien worden als een blauwdruk van wat metal allemaal is en allemaal kan zijn. Hard, snel, melodieus, prachtig, bruut, verwoestend. The Blackening zette Machine Head definitief naast Metallica als grootste en beste metalband aller tijden. De grote vraag bij een ieder was: wat nu? Wel, nu is er Unto the Locust. Machine Head bewijst met dit album nog steeds te kunnen groeien, nog steeds beter te kunnen worden en tracks te kunnen schrijven die muzikaal en tekstueel zo enorm sterk zijn dat er naar mijn bescheiden mening niemand meer is die daar aan kan tippen. Unto the Locust is een meesterwerk (ja, ik gebruik inderdaad dat woord) en Machine Head heeft bewezen de Champions League ontgroeid te zijn, Metallica ontgroeid te zijn. Machine Head is in a league of their own.

Oordeel: 9,8/10