dinsdag 12 oktober 2010

Animal Spirits -utopische visies op 'free culture movement'

Twee recensies:

Matteo Pasquinelli - "Animal Spirits. A Bestiary of the Commons"



In de media wordt digitale cultuur vaak beschreven als aan de ene kant een valkuil voor de gevestigde cultuurindustrie en aan de andere kant een open tentoonstellingsruimte voor creatievelingen, waar iedereen zijn of haar creatieve output kwijt kan zonder last te hebben van de beperkingen die de kapitalistische maatschappij oplegt. In deze visie, waarin het 'digitale' steeds meer wordt gezien als een soort messias die cultuur kan helpen ontsnappen aan de ketenen van de (kapitalistische) industrie, is het goed om zo af en toe eens een nauwgezetter blik te werpen op de gang van zaken. In zijn boek Animal Spirits. A Bestiary of the Commons (NAi Publishers, Institute of Network Cultures, december 2008) is dit precies wat de Italiaanse wetenschapper, onderzoeker en schrijver Matteo Pasquinelli doet.

De titel is in eerste instantie enigszins misleidend, maar dit boek gaat toch echt over digitale cultuur en netwerken. Pasquinelli wil aantonen dat het beeld van een eventuele digitale democratisering van de gemeenschappelijke kunst en cultuur een stuk utopischer is dan over het algemeen wordt voorgeschoteld. Goede bedoelingen zoals de Free Software en Open Source bewegingen en initiatieven als Creative Commons blijken in de praktijk altijd op een of andere manier ingebed in bestaande machtsstructuren. Deze structuren, die in de werkelijke, materiële en  producerende wereld bestaan en niet enkel in de immateriële, digitale wereld, worden vaak over het hoofd gezien bij al te optimistische beschouwingen over de kracht van 'gratis' online informatie. Om meer helderheid hierover te verkrijgen, stelt Pasquinelli een dierlijk schema voor bestaande uit de parasiet van de gemeenschappelijke cultuur, de hydra van herwaardering van creatieve stadsdelen en van en de dubbelhoofdige adelaar van verlangen en macht, die het onbewuste aanstuurt.




De idee van de parasiet ontleent Pasquinelli aan de Fransman Michel Serres en zijn boek Le Parasite. Een parasiet kan (lange tijd) ongezien energie van zijn gastheer opnemen en daar zijn eigen voordeel mee doen. In de cultuurindustrie vinden we bedrijven die op een bepaalde manier parasiteren op de digitale wereld. Dit gebeurt ook in gevallen van Free Software, waar IBM bijvoorbeeld veel gratis software aanbiedt, waarmee ze uiteindelijk meer hardware probeert te verkopen. Ook het loskoppelen digitale cultuur van geldende machtsnormen lukt vaak niet volledig. Bij Creative Commons bijvoorbeeld draait het om versoepelen van auteurs- en gebruiksrechten, maar om dit in goede orde te laten verlopen is uiteindelijk toch het gevestigde justitiële gezag nodig. De hydra van herwaardering van de stad (gentrification) sluit hier op aan. Pasquinelli noemt als voorbeelden Barcelona en Berlijn, waar in delen van de stad de waarde van onroerend goed sterk is gestegen door veel creatieve inzet. Denk hierbij aan oude verlaten panden die door krakers worden omgedoopt tot kunst- en cultuurcentra, waardoor een deel van een stad weer een positief imago kan krijgen. Pasquinelli geeft aan dat onroerend goed handelaren hier steeds handiger op inspringen en zelfs de creatieve kraakcultuur 'onzichtbaar' stimuleren, zodat er later weer goed geld kan worden verdiend. Het derde beeld dat Pasquinelli schetst is de dubbelhoofdige adelaar van verlangen en macht, waarbij hij met name oorlog en (internet)porno aanhaalt. Indien gevraagd zullen we antwoorden dat oorlog en porno ons afstoten, maar in ons collectief onbewuste zijn dit juist beelden die een bepaalde aantrekkingskracht uitoefenen en een verlangen herbergen, waardoor er middels deze beelden macht over de collectieve onderbuik uitgeoefend kan worden.

Met bovenstaande 'animal spirits' wil Pasquinelli een map uittekenen die zal leiden tot het in acht nemen van dierlijke politieke instincten op het gebied van kunst, cultuur en de bijbehorende industrie. Dit wil zeggen dat er rekening moet worden gehouden met levende en producerende krachten die buiten het eerste blikveld liggen, maar wel daadwerkelijk invloed uitoefenen op processen. Pasquinelli maakt gebruik van een indrukwekkend aantal filosofen en theoretici die zich met mediatheorie hebben bezig gehouden (o.a. Virno, Agamben, Deleuze, Adorno, Serres, Benjamin) en maakt zeker veel goede punten. Hier en daar worden zijn stellingnames echter niet even ver doorgevoerd en uitgelegd, waardoor er af en toe wat onduidelijkheid blijft bestaan. Dat het boek bestaat uit verschillende essays die voor deze uitgave zijn samengevoegd, werkt ook niet altijd even bevorderlijk. Ondanks het enigszins academische taalgebruik is Pasquinelli er echter in geslaagd om een interessant en provocatief boek te schrijven dat een genuanceerder beeld schetst van de utopische visies op digitale cultuur.



"Open" - 'Een precair bestaan. Kwetsbaarheid in het publieke domein'



Een uitgave van Open, een cahier over kunst en het publieke domein, die mooi aansluit bij bovenstaand genoemd werk van Pasquinelli is Een precair bestaan. Kwetsbaarheid in het publieke domein (NAi Uitgevers, SKOR, 2009/Nr.17). Deze uitgave bestaat uit een aantal essays en polemieken over 'precariteit', wat verwijst naar de relatie tussen tijdelijke en flexibele werkplekken en een bestaan zonder zekerheid. We vinden onder andere een artikel van Pasquinelli over de al bovengenoemde gentrificatie processen en het belang van kunstruïnes in een stad. Pascal Gielen heeft een essay geschreven over hoe scenes in de kunstwereld vormen van een vertrouwd knooppunt in een mondiaal netwerk zijn.

In een interview met Paolo Virno (op wiens werk Pasquinelli veel voortborduurt) vertelt de Italiaan dat voor hem de idee van virtuositeit als model voor de postfordistische wereld kan worden gezien. Dit wil zeggen dat de vorm van arbeid veelzeggender is dan het uiteindelijke product. Voor Virno is taal de ultieme uiting van virtuositeit, omdat er geen sprake is van een onafhankelijk achterblijvend werk. Naast nog enkele artikelen van onder meer Ned Rossiter en Brett Neilson staan er een aantal fotoseries en krantenknipsels in het erg mooi vormgegeven boekwerk, dat ook online te bekijken is. In de papieren versie zit een bijlage over het Spaanse architectenbureau Recetas Urbanas, dat zich toelegt op stedelijke interventies, om zo door middel van architectonische en kunstzinnige oplossingen de publieke ruimte te herwinnen voor de inwoners van de stad. Deze interventies balanceren regelmatig op een dunne scheidslijn tussen wat legaal en illegaal is. Politiek in de praktijk gebracht.


(Geschreven voor Gonzo (circus))

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen